Toen ik nog lief en klein was mochten we kiezen wat we wilden eten op onze verjaardag. Ik koos altijd voor rijst met krenten met een lekker botersausje en een laag suiker. Dat werd door de ene helft van de familie zeer gewaardeerd. De andere helft moest er niet aan denken. Om het toch enigszins feestelijk te houden voor de hele familie, kookte mijn moeder ook vaak een pan rijst met kerriesaus. Toen bijna net zo lekker als rijst met krenten.
Inmiddels is mijn waardering voor rijst met krenten iets afgenomen. Kerriesaus gaat er echter nog goed in. Vandaag staat het daarom in een eigen versie op tafel. Met een flinke dosis peultjes erin. Alternatieven zijn er natuurlijk ook. Neem bijvoorbeeld sperzieboontjes, taugé, wortel of doperwtjes.
Ingrediënten:
500 gr peultjes
scheut olie
1 kipfilet
1 sjalot of gewone ui
1 teentje knoflook
1 rode paprika
100 gr champignons
2 flinke eetlepels kerriepoeder
3 el bloem
0,5 l bouillon, kip of groente, van een tablet
kwart verse ananas
1 tl chilisaus
1 kopje (zilvervlies)rijst
Maak de peultjes schoon en kook ze eventjes, een minuut of 2-3.
Kook de rijst en zet deze apart.
Snijd de kipfilet in blokjes, verhit de olie en bak de kip aan.
Snijd ondertussen de sjalot en knoflook en voeg deze toe.
Daarna mogen paprika en champignons op de snijplank en vervolgens in de pan.
Strooi de kerriepoeder erover en bak het lekker mee. Het goedje gaat waarschijnlijk aan de bodem zitten. Dat geeft niets, zolang het niet aanbrandt.
Als alles wat gegaard is, mag de bloem erover. Ook dat moet even bakken.
Giet dan de bouillon toe. Roer goed door, en schraap de bodem leeg. Zodra het kookt gaat de saus binden.
Ontdoe de ananas van boven en onderkant en snijd vervolgens de schil af. De 'stekeltjes' ook goed wegsnijden. Daarna in kwarten en de kern verwijderen. Die is namlijk niet te eten. Een kwart van de ananas snijd je in blokjes en doe je in de pan. Dan mogen ook de peultjes erbij. Vervolgens is het een kwestie van op smaak brengen. Met kinderen aan tafel is 1 tl chilisaus voldoende. Houd je van pit, dan doe je er nog een paar extra in.
Serveren met rijst en smakelijk eten!
Gewone maaltijden, maar wel gezond, lekker en zonder pakjes en zakjes. Want zelf maken is lekkerder, gezonder en gewoonweg leuker. Alle recepten hebben in huize Wijnalda op tafel gestaan en zijn lekker genoeg om de wijde wereld in te gaan.
maandag 25 januari 2016
maandag 4 januari 2016
oosterse spruitjes met pindasaus (vegetarisch)
Nieuw jaar, nieuwe voornemens. En voor mij is zo'n voornemen: koken met meer groenten en minder vlees. Nu eten we al veel groenten, dus ik denk dat vooral minder vlees een uitdaging wordt. Ik ben zo'n vleesfanaat die een vleesloze maaltijd toch vaak wat saai vindt. Zelfs als ik er iets briljants van maak. Maar goed, we beginnen vol goede moed. Vandaag spruitjes op het menu. Dat eten we vaak. En dat is handig, want ze zitten vol vitamine C. Goed voor je weerstand!
Ik gebruikte het volgende.
Voor de spruitjes:
500 gr spruitjes, schoongemaakt
scheutje zonnebloemolie
2 uien
1 teentje knoflook
2 paprika's
150 gr champignons
2 tl sambal
ketjap
peper, zout,
basmatirijst (1 kopje is voldoende voor ons gezin)
1 hand cashewnoten (ongezouten)
Voor de pindasaus:
2 el zonnebloemolie
1 teentje knoflook
1 tl uienpoeder (of 1 zeer fijngehakte ui)
6 el pindakaas
water (100-300 ml)
1 tl bruine suiker
1 tl citroensap
2 el ketjap
2 tl sambal
1 tl serehpoeder
mespuntje trassi
De spruiten worden klaargemaakt in de wok. Dat neemt nogal wat ruimte in op doorsnee gasfornuizen. Bij mijzelf past er bijvoorbeeld alleen maar een klein pannetje naast. Het vraagt wat planning om dan alles te koken. In dit gerecht kan eigenlijk alles vooraf gekookt worden. Pindasaus en rijst kunnen prima even staan.
Aan de slag:
Kook de basmatirijst volgens de verpakking en zet het na het afgieten met een deksel op de pan weg.
Voor de satesaus snijd je een teentje knoflook heel fijn. Pak een pan met een dikke bodem, of zet het op een vlamverdeler, want de saus bakt snel aan. Doe olie in de pan, voeg de knoflook (en fijngehakte ui) toe en bak even kort. Voeg uienpoeder toe en de pindakaas. Laat het even bakken. Daarna voeg je een scheutje water toe, tot het de gewenste dikte heeft. Dat klinkt raar, want het is in het begin juist dun. Maar door het toevoegen van wat water wordt het dik. Doe het scheutje voor scheutje, zodat de saus niet alsnog te dun wordt. Als de saus de juiste dikte heeft voeg je de overige ingrediënten toe. En dan even een minuut of 10 laten pruttelen.
Bij ons gebeurt het regelmatig dat de saus gaat schiften: er komt een laag olie bovenop drijven. Het ziet er niet uit, maar de smaak is er niet minder om. Sterker nog: in sommige landen meent men dat dit het des te lekkerder maakt, aldus wikipedia. Je kunt er een scheutje melk aan toevoegen. Dat bindt het geheel weer. Niet meer laten koken en voor gebruik nog eens doorroeren.
Heb je al die ingrediënten niet in huis? Met alleen olie, pindakaas, water, knoflook en ketjap kom je ook een heel eind!
Dan de spruitjes:
Kook de spruitjes 5 minuten voor. Snipper ui en knoflook. Snijd paprika's en champignons. Zet een wok op het vuur, voeg olie toe zodra het heet is en bak de ui en knoflook kort aan. Vooral niet te lang, knoflook wordt er niet beter van... Voeg daarna paprika en champignon toe en roerbak het geheel een aantal minuten. Een scheutje ketjap, 2 tl sambal en wat zout maken het gerecht lekker op smaak. Daarna de spruitjes erbij, even meebakken en tot slot een hand (of 2 :-) ) cashewnoten erover heen.
Eet lekker!
Ik gebruikte het volgende.
Voor de spruitjes:
500 gr spruitjes, schoongemaakt
scheutje zonnebloemolie
2 uien
1 teentje knoflook
2 paprika's
150 gr champignons
2 tl sambal
ketjap
peper, zout,
basmatirijst (1 kopje is voldoende voor ons gezin)
1 hand cashewnoten (ongezouten)
Voor de pindasaus:
2 el zonnebloemolie
1 teentje knoflook
1 tl uienpoeder (of 1 zeer fijngehakte ui)
6 el pindakaas
water (100-300 ml)
1 tl bruine suiker
1 tl citroensap
2 el ketjap
2 tl sambal
1 tl serehpoeder
mespuntje trassi
De spruiten worden klaargemaakt in de wok. Dat neemt nogal wat ruimte in op doorsnee gasfornuizen. Bij mijzelf past er bijvoorbeeld alleen maar een klein pannetje naast. Het vraagt wat planning om dan alles te koken. In dit gerecht kan eigenlijk alles vooraf gekookt worden. Pindasaus en rijst kunnen prima even staan.
Aan de slag:
Kook de basmatirijst volgens de verpakking en zet het na het afgieten met een deksel op de pan weg.
Voor de satesaus snijd je een teentje knoflook heel fijn. Pak een pan met een dikke bodem, of zet het op een vlamverdeler, want de saus bakt snel aan. Doe olie in de pan, voeg de knoflook (en fijngehakte ui) toe en bak even kort. Voeg uienpoeder toe en de pindakaas. Laat het even bakken. Daarna voeg je een scheutje water toe, tot het de gewenste dikte heeft. Dat klinkt raar, want het is in het begin juist dun. Maar door het toevoegen van wat water wordt het dik. Doe het scheutje voor scheutje, zodat de saus niet alsnog te dun wordt. Als de saus de juiste dikte heeft voeg je de overige ingrediënten toe. En dan even een minuut of 10 laten pruttelen.
Bij ons gebeurt het regelmatig dat de saus gaat schiften: er komt een laag olie bovenop drijven. Het ziet er niet uit, maar de smaak is er niet minder om. Sterker nog: in sommige landen meent men dat dit het des te lekkerder maakt, aldus wikipedia. Je kunt er een scheutje melk aan toevoegen. Dat bindt het geheel weer. Niet meer laten koken en voor gebruik nog eens doorroeren.
Heb je al die ingrediënten niet in huis? Met alleen olie, pindakaas, water, knoflook en ketjap kom je ook een heel eind!
Dan de spruitjes:
Kook de spruitjes 5 minuten voor. Snipper ui en knoflook. Snijd paprika's en champignons. Zet een wok op het vuur, voeg olie toe zodra het heet is en bak de ui en knoflook kort aan. Vooral niet te lang, knoflook wordt er niet beter van... Voeg daarna paprika en champignon toe en roerbak het geheel een aantal minuten. Een scheutje ketjap, 2 tl sambal en wat zout maken het gerecht lekker op smaak. Daarna de spruitjes erbij, even meebakken en tot slot een hand (of 2 :-) ) cashewnoten erover heen.
Eet lekker!
dinsdag 29 december 2015
Lasagne met bechamelsaus
Het is al weer even geleden dat ik een recept deelde. December was een drukke maand, ook met koken. Ik heb veel gekookt en bijna nog meer gebakken. Een stuk of 8 taarten/koeken binnen twee weken (nee, niet allen zelf opgegeten). Daarnaast nog wat hartige taarten en ovenschotels. De oven heeft overuren gedraaid. En ook gisteren zette ik 'm nog een keer weer aan. Voor lasagne deze keer. Dat recept mag natuurlijk niet ontbreken op de blog.
Voor lasagne kun je een gewone basistomatensaus gebruiken. Ik vind het zelf prettig om een stevige saus te hebben, dus veel groenten en vandaag ook ietsje meer gehakt. Daarnaast hoort er bij een lasagne bechamelsaus. Het kan zonder, maar mét maakt het echt af.
Voor het recept van vandaag heb je het volgende nodig:
500 gr gehakt
3 (grote) uien
2 teentjes knoflook
2 (rode) paprika's
3 wortels
1 courgette
1 blikje tomatenblokjes
1 pak gezeefde tomaten
1 bouillonblokje (rund)
italiaanse kruiden: oregano, tijm, beetje rozemarijn, peterselie, basilicum
paprikapoeder, tabasco, peper, zout
half doosje lasagnebladen
50 gr boter
50 gr bloem
500 ml melk
nootmuskaat, vers (ruikt lekker!) of uit een potje
50 gr (parmezaanse) kaas
Bak als eerste het gehakt mooi rul. De meeste gehaktsoorten zijn vet genoeg om zonder boter of olie te bakken. Zo niet, dan eerst even een scheutje olijfolie in de pan. Snipper ui en knoflook en voeg dit toe zodra het gehakt bruin is. Vervolgens worden wortels schoongemaakt en in dunne plakjes gesneden, paprika's in blokjes en courgette in kleine stukjes gesneden. Voeg ze een voor een toe en bak alles even aan. Daarna mogen de tomatenblokjes, gezeefde tomaten en het bouillonblokje erbij. Water toevoegen hoeft niet: er zit genoeg vocht in de pan.
Als je gedroogde kruiden gebruikt, kunnen die er direct bij in. Verse kruiden mogen juist aan het eind erbij. Paprikapoeder, tabasco, peper en zout kunnen wel direct in de pan. Het geheel even een kwartiertje laten sudderen op laag vuur. Ik vind het lastig aan te geven hoeveel kruiden er in gaan. Ik gooi altijd maar wat raak en proef. Er gaat dan vrijwel altijd nog wel wat bij. Zout en peper halen de smaak ook nog wat op. Zo maak je het elke keer zelf lekker. Deze keer had ik een vrij zoete variant door de hoeveelheid tomaten en wortel. Dan gaat er wat extra tabasco in om pit te geven.
Terwijl deze saus staat te sudderen kun je aan de slag met de bechamelsaus. Het is een eenvoudige saus, maar je moet wel goed opletten. De hoeveelheid boter en bloem kan eventueel een paar gram minder, of juist de hoeveelheid melk wat meer. Het ligt er maar aan hoe dik je de saus wilt hebben.
Je begint met boter smelten in een pannetje. Dat moet op laag vuur gebeuren, de boter mag niet bruin worden. Als de boter gesmolten is voeg je in een keer de bloem toe. Met een pollepel meng je het goed. Het mag even bakken en pruttelen. Wel af en toe blijven doorroeren. Zodra het mengsel wat droog wordt, giet je de helft van de melk erbij. Roer met een garde tot je een egaal mengsel krijg. Het dikt in zodra de melk wat warmte heeft. Voeg vervolgens zoveel melk toe tot je een mooie vla-dikke saus hebt. Als de saus klaar is kun je het op smaak brengen met nootmuskaat, peper en zout. Daarnaast kun je van het vuur af er nog een ei doorheen klutsen, of geraspte kaas. Ik heb het deze keer gewoon basic gehouden.
Dan begint het opstapelen: vet een ovenschaal in en begin met een dun laagje saus. Zorg ervoor dat de bodem helemaal bedekt is. Bedek de saus met een enkele laag lasagnebladen. Deze mogen elkaar niet overlappen, dan worden ze niet goed gaar. Laat liever een randje onbedekt, mocht het niet helemaal passen. Vervolgens herhaal je de laagjes saus en bladen, en eindig je met een laagje saus. Ik heb zo drie laagjes bladen en 4 laagjes saus. Tot slot giet je voorzichtig de bechamelsaus over de bovenste laag tomatensaus. Tot slot bedek je de schotel met een laagje geraspte kaas.
Dat ziet er dan zo uit.
De schotel moet 35-45 minuten in een voorverwarmde oven op 200 graden. Daarna kun je het gerust een minuutje of 10 op tafel zetten. Het blijft nog wel even heet. En dan begint het project 'lasagne-op-je-bord-zonder-dat-het-uit-elkaar-valt'. Succes!
Voor lasagne kun je een gewone basistomatensaus gebruiken. Ik vind het zelf prettig om een stevige saus te hebben, dus veel groenten en vandaag ook ietsje meer gehakt. Daarnaast hoort er bij een lasagne bechamelsaus. Het kan zonder, maar mét maakt het echt af.
Voor het recept van vandaag heb je het volgende nodig:
500 gr gehakt
3 (grote) uien
2 teentjes knoflook
2 (rode) paprika's
3 wortels
1 courgette
1 blikje tomatenblokjes
1 pak gezeefde tomaten
1 bouillonblokje (rund)
italiaanse kruiden: oregano, tijm, beetje rozemarijn, peterselie, basilicum
paprikapoeder, tabasco, peper, zout
half doosje lasagnebladen
50 gr boter
50 gr bloem
500 ml melk
nootmuskaat, vers (ruikt lekker!) of uit een potje
50 gr (parmezaanse) kaas
Bak als eerste het gehakt mooi rul. De meeste gehaktsoorten zijn vet genoeg om zonder boter of olie te bakken. Zo niet, dan eerst even een scheutje olijfolie in de pan. Snipper ui en knoflook en voeg dit toe zodra het gehakt bruin is. Vervolgens worden wortels schoongemaakt en in dunne plakjes gesneden, paprika's in blokjes en courgette in kleine stukjes gesneden. Voeg ze een voor een toe en bak alles even aan. Daarna mogen de tomatenblokjes, gezeefde tomaten en het bouillonblokje erbij. Water toevoegen hoeft niet: er zit genoeg vocht in de pan.
Als je gedroogde kruiden gebruikt, kunnen die er direct bij in. Verse kruiden mogen juist aan het eind erbij. Paprikapoeder, tabasco, peper en zout kunnen wel direct in de pan. Het geheel even een kwartiertje laten sudderen op laag vuur. Ik vind het lastig aan te geven hoeveel kruiden er in gaan. Ik gooi altijd maar wat raak en proef. Er gaat dan vrijwel altijd nog wel wat bij. Zout en peper halen de smaak ook nog wat op. Zo maak je het elke keer zelf lekker. Deze keer had ik een vrij zoete variant door de hoeveelheid tomaten en wortel. Dan gaat er wat extra tabasco in om pit te geven.
Terwijl deze saus staat te sudderen kun je aan de slag met de bechamelsaus. Het is een eenvoudige saus, maar je moet wel goed opletten. De hoeveelheid boter en bloem kan eventueel een paar gram minder, of juist de hoeveelheid melk wat meer. Het ligt er maar aan hoe dik je de saus wilt hebben.
Je begint met boter smelten in een pannetje. Dat moet op laag vuur gebeuren, de boter mag niet bruin worden. Als de boter gesmolten is voeg je in een keer de bloem toe. Met een pollepel meng je het goed. Het mag even bakken en pruttelen. Wel af en toe blijven doorroeren. Zodra het mengsel wat droog wordt, giet je de helft van de melk erbij. Roer met een garde tot je een egaal mengsel krijg. Het dikt in zodra de melk wat warmte heeft. Voeg vervolgens zoveel melk toe tot je een mooie vla-dikke saus hebt. Als de saus klaar is kun je het op smaak brengen met nootmuskaat, peper en zout. Daarnaast kun je van het vuur af er nog een ei doorheen klutsen, of geraspte kaas. Ik heb het deze keer gewoon basic gehouden.
Dan begint het opstapelen: vet een ovenschaal in en begin met een dun laagje saus. Zorg ervoor dat de bodem helemaal bedekt is. Bedek de saus met een enkele laag lasagnebladen. Deze mogen elkaar niet overlappen, dan worden ze niet goed gaar. Laat liever een randje onbedekt, mocht het niet helemaal passen. Vervolgens herhaal je de laagjes saus en bladen, en eindig je met een laagje saus. Ik heb zo drie laagjes bladen en 4 laagjes saus. Tot slot giet je voorzichtig de bechamelsaus over de bovenste laag tomatensaus. Tot slot bedek je de schotel met een laagje geraspte kaas.
Dat ziet er dan zo uit.
De schotel moet 35-45 minuten in een voorverwarmde oven op 200 graden. Daarna kun je het gerust een minuutje of 10 op tafel zetten. Het blijft nog wel even heet. En dan begint het project 'lasagne-op-je-bord-zonder-dat-het-uit-elkaar-valt'. Succes!
maandag 7 december 2015
Feest = zelfgemaakte taarten!
Gisteren was het zover: ik ging mijn laatste jaar als twintiger in. Bij dat soort gelegenheden weiger ik taart te kopen. Die maak ik zelf. Liefst elke keer wat anders. Hoewel het wel onder lekker, maar zeker niet onder gewoon of gezond valt, vind ik een verjaardag een goede gelegenheid om het een en ander te delen van deze taarten. Geen van allen zelfbedacht, wel zelf uitgezocht en gemaakt :-)
De lekkerste van de drie is toch echt de Sinaasappelrijstevlaai.
Je staat er even voor in de keuken. Maar ingewikkeld is het zeker niet. Echt leuk om te zien hoe een sinaasappel eetbaar en te verwerken wordt nadat het twee uur in een pannetje heeft staan borrelen. Overigens staat nergens hoe groot de vlaaivorm moet zijn. Ik heb gewoon een springvorm van 28 cm gebruikt en had nog deeg over. Qua vulling was dit formaat ook prima. De garnering heb ik weggelaten. De taart wordt er een stuk minder goed houdbaar door en een klodder slagroom kan iedereen er ter plekke nog op krijgen.
De tweede taart was een walnoot-chocoladeplaatkoek
Ik gebruikte er een grote ovenschaal voor. Lekker, machtig en zoet. Ook een prima combi met bovenstaand taartje, aldus een schoonzus die het niet bij één kon laten.....
Als derde een normandische appeltaart
Ik heb eigenlijk altijd wel een appeltaart ertussen, want wat is een verjaardag zonder appeltaart? Deze taart heb ik nog niet zelf geproefd, maar ik heb geen klachten gehad...
De calvados heb ik vervangen door appelsap, wel van die extra lekkere. Maar of het dan nog zo normandisch is vraag ik me af. Wel vond ik dat de gelei die je maakt veel te veel is voor die paar kwastjes over de taart. Met de helft had je ook genoeg gehad.
Binnen 4 uur stonden deze 3 taarten klaar. Op naar zaterdag, dan probeer ik wellicht weer iets uit.
De lekkerste van de drie is toch echt de Sinaasappelrijstevlaai.
Je staat er even voor in de keuken. Maar ingewikkeld is het zeker niet. Echt leuk om te zien hoe een sinaasappel eetbaar en te verwerken wordt nadat het twee uur in een pannetje heeft staan borrelen. Overigens staat nergens hoe groot de vlaaivorm moet zijn. Ik heb gewoon een springvorm van 28 cm gebruikt en had nog deeg over. Qua vulling was dit formaat ook prima. De garnering heb ik weggelaten. De taart wordt er een stuk minder goed houdbaar door en een klodder slagroom kan iedereen er ter plekke nog op krijgen.
De tweede taart was een walnoot-chocoladeplaatkoek
Ik gebruikte er een grote ovenschaal voor. Lekker, machtig en zoet. Ook een prima combi met bovenstaand taartje, aldus een schoonzus die het niet bij één kon laten.....
Als derde een normandische appeltaart
Ik heb eigenlijk altijd wel een appeltaart ertussen, want wat is een verjaardag zonder appeltaart? Deze taart heb ik nog niet zelf geproefd, maar ik heb geen klachten gehad...
De calvados heb ik vervangen door appelsap, wel van die extra lekkere. Maar of het dan nog zo normandisch is vraag ik me af. Wel vond ik dat de gelei die je maakt veel te veel is voor die paar kwastjes over de taart. Met de helft had je ook genoeg gehad.
Binnen 4 uur stonden deze 3 taarten klaar. Op naar zaterdag, dan probeer ik wellicht weer iets uit.
Labels:
appel,
chocolade,
dessertrijst,
sinaasappel,
taart,
vlaai,
walnoten
maandag 30 november 2015
Bietjessalade met geitenkaas
We eten met enige regelmaat bietjes. Bij voorkeur een bietenrisotto. Daarvoor gebruik ik voorgekookte bietjes uit zo'n zakje. Een stuk of vier bietjes waar je bijna geen werk meer aan hebt. Toen ik verse roodeschoolse bietjes uit de tuin kreeg aangeboden aarzelde ik wel even. Ik hoor mijn moeder nog mopperen op de berg werk, het eindeloze koken en de vieze pannen....
Maar aangezien ik fan van vers ben, vond ik dat ik niet moest zeuren en dit toch eens moest proberen. Zo gedacht, zo gedaan. En nu hoor je mij niet meer zeuren.... Het is helemaal niet superveel werk. Als je het tenminste op de volgende manier aanpakt.
Leg de bieten in een bak met water. Verwijder vervolgens loof en wortel en boen ze met bijv. een schuursponsje goed schoon. Leg vervolgens elke biet op een stuk aluminiumfolie, groot genoeg om de biet volledig mee in te pakken. Doe er een paar draaien peper en zout over, vouw de pakketjes dicht en zet ze op een bakplaat een uur in de oven op 200 C. Na tijd even laten afkoelen tot ze vast te pakken zijn. Vervolgens pak je een paar handschoenen als je niet van vieze handen houdt. Met een schilmesje trek je daarna zo de velletjes van de bieten en zijn de bieten te eten of te verwerken.
Het is inderdaad meer werk dan een plastic pakje openknippen of een pot legen. Maar daartegenover staan verse, lekkere, beetgare bietjes!
En nu dan de salade. Daarvoor heb je uiteraard bietjes nodig. Ik weet niet precies hoeveel ik er gebruikt heb. Stuk of 4 grote en wat kleintjes. Verder nog:
100 gr zachte geitenkaas
handje hazelnoten
4 el olijfolie
2 el balsamicoazijn
1 el honing
peper en zout
Snijd de bietjes in dunne plakjes en evt nog een keer doormidden. Verkruimel de geitenkaas erover. Rooster intussen de hazelnoten in een hete, droge koekenpan. Na afkoelen verdeel je ze over de salade. Doe olie, azijn en honing in een schaaltje. Doe er een paar draaien peper en zout bij en klop het geheel tot een mooie dressing. Deze giet je over de salade.
Wel even wachten met het door elkaar scheppen van de salade, want anders verdwijnt dat mooie plaatje van dieprode bietjes met witte geitenkaas en nootjes. Dat kan aan tafel nog wel.
Houd je van rucola, dan kun je daar ook nog wat van toevoegen. Wij hadden het niet in huis, maar het combineert wel goed.
Wij aten deze salade met ovenaardappeltjes met tijm. Voor een recept daarvan, kijk bij ovenaardappeltjes.
Maar aangezien ik fan van vers ben, vond ik dat ik niet moest zeuren en dit toch eens moest proberen. Zo gedacht, zo gedaan. En nu hoor je mij niet meer zeuren.... Het is helemaal niet superveel werk. Als je het tenminste op de volgende manier aanpakt.
Leg de bieten in een bak met water. Verwijder vervolgens loof en wortel en boen ze met bijv. een schuursponsje goed schoon. Leg vervolgens elke biet op een stuk aluminiumfolie, groot genoeg om de biet volledig mee in te pakken. Doe er een paar draaien peper en zout over, vouw de pakketjes dicht en zet ze op een bakplaat een uur in de oven op 200 C. Na tijd even laten afkoelen tot ze vast te pakken zijn. Vervolgens pak je een paar handschoenen als je niet van vieze handen houdt. Met een schilmesje trek je daarna zo de velletjes van de bieten en zijn de bieten te eten of te verwerken.
Het is inderdaad meer werk dan een plastic pakje openknippen of een pot legen. Maar daartegenover staan verse, lekkere, beetgare bietjes!
En nu dan de salade. Daarvoor heb je uiteraard bietjes nodig. Ik weet niet precies hoeveel ik er gebruikt heb. Stuk of 4 grote en wat kleintjes. Verder nog:
100 gr zachte geitenkaas
handje hazelnoten
4 el olijfolie
2 el balsamicoazijn
1 el honing
peper en zout
Snijd de bietjes in dunne plakjes en evt nog een keer doormidden. Verkruimel de geitenkaas erover. Rooster intussen de hazelnoten in een hete, droge koekenpan. Na afkoelen verdeel je ze over de salade. Doe olie, azijn en honing in een schaaltje. Doe er een paar draaien peper en zout bij en klop het geheel tot een mooie dressing. Deze giet je over de salade.
Wel even wachten met het door elkaar scheppen van de salade, want anders verdwijnt dat mooie plaatje van dieprode bietjes met witte geitenkaas en nootjes. Dat kan aan tafel nog wel.
Houd je van rucola, dan kun je daar ook nog wat van toevoegen. Wij hadden het niet in huis, maar het combineert wel goed.
Wij aten deze salade met ovenaardappeltjes met tijm. Voor een recept daarvan, kijk bij ovenaardappeltjes.
dinsdag 24 november 2015
Goed gevulde koek
Ik ben gek op zoete tussendoortjes. In mijn gezonde fases laat ik het bij ontbijtkoek. Dat is voor mijn idee heel gezond, totdat je het etiket leest.....
Een tijd geleden kreeg ik bij een kop koffie zelfgebakken koek geserveerd. Lekker dat het was! En hij was ook nog eens zonder toegevoegde suikers. Ik kreeg het recept toegestuurd en vandaag besloot ik het uit te proberen. Nu bleek ik veel niet in huis te hebben. Dus het is een beetje gooi-en-smijtwerk geworden op basis van andermans recept. Het is aangepast naar mijn eigen idee. Het origineel komt van de site Koken zonder e-nummers.
220 gr bloem/tarwebloem
100 gr havermout
50 gr walnoten, gepeld, in stukjes gehakt
50 gr rozijnen
1 zakje bakpoeder (16 gr, dr Oetker Backin)
snufje zout
klontje zachte roomboter
50 gr honing
170 gr appelstroop
3 tl kaneel
190 ml melk
1 appel
Verwarm de oven voor op 160 gr.
Roer alles, behalve de appel, door elkaar. Doe het mengsel in een ingevet cakeblik van 26-28 cm. Schil de appel en snijd deze in dunne partjes. Steek deze in de koek.
Bak de koek 45 min op 160 gr. Controleer met een prikker of de koek gaar is. Daarna op een rooster storten en af laten koelen. Het resultaat is een heerlijke koek, met noten en fruitvulling en een knapperig korstje.
Een tijd geleden kreeg ik bij een kop koffie zelfgebakken koek geserveerd. Lekker dat het was! En hij was ook nog eens zonder toegevoegde suikers. Ik kreeg het recept toegestuurd en vandaag besloot ik het uit te proberen. Nu bleek ik veel niet in huis te hebben. Dus het is een beetje gooi-en-smijtwerk geworden op basis van andermans recept. Het is aangepast naar mijn eigen idee. Het origineel komt van de site Koken zonder e-nummers.
220 gr bloem/tarwebloem
100 gr havermout
50 gr walnoten, gepeld, in stukjes gehakt
50 gr rozijnen
1 zakje bakpoeder (16 gr, dr Oetker Backin)
snufje zout
klontje zachte roomboter
50 gr honing
170 gr appelstroop
3 tl kaneel
190 ml melk
1 appel
Verwarm de oven voor op 160 gr.
Roer alles, behalve de appel, door elkaar. Doe het mengsel in een ingevet cakeblik van 26-28 cm. Schil de appel en snijd deze in dunne partjes. Steek deze in de koek.
Bak de koek 45 min op 160 gr. Controleer met een prikker of de koek gaar is. Daarna op een rooster storten en af laten koelen. Het resultaat is een heerlijke koek, met noten en fruitvulling en een knapperig korstje.
zondag 15 november 2015
Hongaarse goulash
Sinds een maandje hebben we een stuk koe in de vriezer. Geslacht, dat wel. Maar daar zitten lekker veel stukken stoofvlees bij. Een zondagmiddag vind ik een mooi moment om uitgebreid te koken en stoofpotjes te maken.
Ik heb ervoor gekozen om deze keer goulash te maken. Ik vond dat altijd superlekker. Toen er eens een hongaarse kwam studeren in Kampen, heb ik dan ook direct gevraagd om het enige echte hongaarse recept voor goulash. Dat bleek dus niet te bestaan. Iedereen maakt het op zijn eigen manier. Als je op internet zoekt naar recepten zie je dat ook terug. Met of zonder wortel, met of zonder tomaten, met varkensvlees, runderlappen of kip, en evt nog spek. Geserveerd met brood, aardappel of rijst.
Wat er dan wel in moet? (Stoof)vlees, tomatenpuree/blokjes, paprika, paprikapoeder, ui en laurier. Verder is karwijzaad een toevoeging die eigenlijk niet mag ontbreken. Van mijn hand een uitgebreide versie waarvoor je echt even in de keuken moet staan. Maar moeilijk is het zeker niet.
Ingrediënten:
Klontje boter
3 uien, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
600 gr runderstooflappen
150 gr gerookt spek, in blokjes (of spekreepjes)
3 paprika's (twee rode, 1 gele), in blokjes
1 blikje tomatenpuree
500 ml runderbouillon
1 el pittige paprikapoeder (bij gewone paprikapoeder ook een snufje chilipoeder toevoegen)
1 tl karwijzaad
snufje gemalen komijn
2 laurierblaadjes
500 gr tomaten (of een blikje tomatenblokjes)
3 aardappeltjes, geschild en in blokjes
Neem een mooie braadpan (echt, dat verdient dit gerecht zeker) en smelt daarin een klontje boter. Bak de gesnipperde ui en knoflook zachtjes aan. Snijd ondertussen de runderlappen in blokken, verwijder daarbij de dikste vetranden. Zet het vuur wat hoger en voeg de runderlappen toe. Bak ze aan alle kanten mooi bruin. Voeg daarna ook het spek toe en bak even mee.
Als het vlees is aangebraden mag het vuur weer wat omlaag. De paprikablokjes kunnen erbij. Nadat deze even hebben gebakken doe je de tomatenpuree, paprikapoeder, karwijzaad, laurierblaadjes en komijn erbij. Je voegt ook zoveel bouillon toe dat het vlees net onder staat. Breng het aan de stoof.
Gedurende de hele stooftijd voeg je bouillon toe als het vlees te droog komt te staan.
Kook een ruime hoeveelheid water. Snijd de tomaten kruislings in, leg ze in een schaal en overgiet deze met het kokende water (ze moeten allemaal onder staan). Na een halve minuut gooi je het hete water uit de schaal en laat je er zo snel mogelijk koud water over stromen. Daarna verwijder je gemakkelijk alle velletjes. Snijd de tomaten in blokjes en voeg ze toe. Ze zullen vocht loslaten, dus wees even voorzichtig met bouillon toevoegen. Ook de aardappeltjes kunnen er nu bij. Laat het geheel hierna nog zo'n 2,5 uur stoven.
Van huis uit eten we het met rijst. Dus ook ik heb er een pannetje rijst bij gekookt. En dan, na 3 uur op het fornuis, even genieten van een warm stoofpotje!
Ik heb ervoor gekozen om deze keer goulash te maken. Ik vond dat altijd superlekker. Toen er eens een hongaarse kwam studeren in Kampen, heb ik dan ook direct gevraagd om het enige echte hongaarse recept voor goulash. Dat bleek dus niet te bestaan. Iedereen maakt het op zijn eigen manier. Als je op internet zoekt naar recepten zie je dat ook terug. Met of zonder wortel, met of zonder tomaten, met varkensvlees, runderlappen of kip, en evt nog spek. Geserveerd met brood, aardappel of rijst.
Wat er dan wel in moet? (Stoof)vlees, tomatenpuree/blokjes, paprika, paprikapoeder, ui en laurier. Verder is karwijzaad een toevoeging die eigenlijk niet mag ontbreken. Van mijn hand een uitgebreide versie waarvoor je echt even in de keuken moet staan. Maar moeilijk is het zeker niet.
Ingrediënten:
Klontje boter
3 uien, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
600 gr runderstooflappen
150 gr gerookt spek, in blokjes (of spekreepjes)
3 paprika's (twee rode, 1 gele), in blokjes
1 blikje tomatenpuree
500 ml runderbouillon
1 el pittige paprikapoeder (bij gewone paprikapoeder ook een snufje chilipoeder toevoegen)
1 tl karwijzaad
snufje gemalen komijn
2 laurierblaadjes
500 gr tomaten (of een blikje tomatenblokjes)
3 aardappeltjes, geschild en in blokjes
Neem een mooie braadpan (echt, dat verdient dit gerecht zeker) en smelt daarin een klontje boter. Bak de gesnipperde ui en knoflook zachtjes aan. Snijd ondertussen de runderlappen in blokken, verwijder daarbij de dikste vetranden. Zet het vuur wat hoger en voeg de runderlappen toe. Bak ze aan alle kanten mooi bruin. Voeg daarna ook het spek toe en bak even mee.
Als het vlees is aangebraden mag het vuur weer wat omlaag. De paprikablokjes kunnen erbij. Nadat deze even hebben gebakken doe je de tomatenpuree, paprikapoeder, karwijzaad, laurierblaadjes en komijn erbij. Je voegt ook zoveel bouillon toe dat het vlees net onder staat. Breng het aan de stoof.
Gedurende de hele stooftijd voeg je bouillon toe als het vlees te droog komt te staan.
Kook een ruime hoeveelheid water. Snijd de tomaten kruislings in, leg ze in een schaal en overgiet deze met het kokende water (ze moeten allemaal onder staan). Na een halve minuut gooi je het hete water uit de schaal en laat je er zo snel mogelijk koud water over stromen. Daarna verwijder je gemakkelijk alle velletjes. Snijd de tomaten in blokjes en voeg ze toe. Ze zullen vocht loslaten, dus wees even voorzichtig met bouillon toevoegen. Ook de aardappeltjes kunnen er nu bij. Laat het geheel hierna nog zo'n 2,5 uur stoven.
Van huis uit eten we het met rijst. Dus ook ik heb er een pannetje rijst bij gekookt. En dan, na 3 uur op het fornuis, even genieten van een warm stoofpotje!
Abonneren op:
Posts (Atom)






