We eten met enige regelmaat bietjes. Bij voorkeur een bietenrisotto. Daarvoor gebruik ik voorgekookte bietjes uit zo'n zakje. Een stuk of vier bietjes waar je bijna geen werk meer aan hebt. Toen ik verse roodeschoolse bietjes uit de tuin kreeg aangeboden aarzelde ik wel even. Ik hoor mijn moeder nog mopperen op de berg werk, het eindeloze koken en de vieze pannen....
Maar aangezien ik fan van vers ben, vond ik dat ik niet moest zeuren en dit toch eens moest proberen. Zo gedacht, zo gedaan. En nu hoor je mij niet meer zeuren.... Het is helemaal niet superveel werk. Als je het tenminste op de volgende manier aanpakt.
Leg de bieten in een bak met water. Verwijder vervolgens loof en wortel en boen ze met bijv. een schuursponsje goed schoon. Leg vervolgens elke biet op een stuk aluminiumfolie, groot genoeg om de biet volledig mee in te pakken. Doe er een paar draaien peper en zout over, vouw de pakketjes dicht en zet ze op een bakplaat een uur in de oven op 200 C. Na tijd even laten afkoelen tot ze vast te pakken zijn. Vervolgens pak je een paar handschoenen als je niet van vieze handen houdt. Met een schilmesje trek je daarna zo de velletjes van de bieten en zijn de bieten te eten of te verwerken.
Het is inderdaad meer werk dan een plastic pakje openknippen of een pot legen. Maar daartegenover staan verse, lekkere, beetgare bietjes!
En nu dan de salade. Daarvoor heb je uiteraard bietjes nodig. Ik weet niet precies hoeveel ik er gebruikt heb. Stuk of 4 grote en wat kleintjes. Verder nog:
100 gr zachte geitenkaas
handje hazelnoten
4 el olijfolie
2 el balsamicoazijn
1 el honing
peper en zout
Snijd de bietjes in dunne plakjes en evt nog een keer doormidden. Verkruimel de geitenkaas erover. Rooster intussen de hazelnoten in een hete, droge koekenpan. Na afkoelen verdeel je ze over de salade. Doe olie, azijn en honing in een schaaltje. Doe er een paar draaien peper en zout bij en klop het geheel tot een mooie dressing. Deze giet je over de salade.
Wel even wachten met het door elkaar scheppen van de salade, want anders verdwijnt dat mooie plaatje van dieprode bietjes met witte geitenkaas en nootjes. Dat kan aan tafel nog wel.
Houd je van rucola, dan kun je daar ook nog wat van toevoegen. Wij hadden het niet in huis, maar het combineert wel goed.
Wij aten deze salade met ovenaardappeltjes met tijm. Voor een recept daarvan, kijk bij ovenaardappeltjes.
Gewone maaltijden, maar wel gezond, lekker en zonder pakjes en zakjes. Want zelf maken is lekkerder, gezonder en gewoonweg leuker. Alle recepten hebben in huize Wijnalda op tafel gestaan en zijn lekker genoeg om de wijde wereld in te gaan.
maandag 30 november 2015
dinsdag 24 november 2015
Goed gevulde koek
Ik ben gek op zoete tussendoortjes. In mijn gezonde fases laat ik het bij ontbijtkoek. Dat is voor mijn idee heel gezond, totdat je het etiket leest.....
Een tijd geleden kreeg ik bij een kop koffie zelfgebakken koek geserveerd. Lekker dat het was! En hij was ook nog eens zonder toegevoegde suikers. Ik kreeg het recept toegestuurd en vandaag besloot ik het uit te proberen. Nu bleek ik veel niet in huis te hebben. Dus het is een beetje gooi-en-smijtwerk geworden op basis van andermans recept. Het is aangepast naar mijn eigen idee. Het origineel komt van de site Koken zonder e-nummers.
220 gr bloem/tarwebloem
100 gr havermout
50 gr walnoten, gepeld, in stukjes gehakt
50 gr rozijnen
1 zakje bakpoeder (16 gr, dr Oetker Backin)
snufje zout
klontje zachte roomboter
50 gr honing
170 gr appelstroop
3 tl kaneel
190 ml melk
1 appel
Verwarm de oven voor op 160 gr.
Roer alles, behalve de appel, door elkaar. Doe het mengsel in een ingevet cakeblik van 26-28 cm. Schil de appel en snijd deze in dunne partjes. Steek deze in de koek.
Bak de koek 45 min op 160 gr. Controleer met een prikker of de koek gaar is. Daarna op een rooster storten en af laten koelen. Het resultaat is een heerlijke koek, met noten en fruitvulling en een knapperig korstje.
Een tijd geleden kreeg ik bij een kop koffie zelfgebakken koek geserveerd. Lekker dat het was! En hij was ook nog eens zonder toegevoegde suikers. Ik kreeg het recept toegestuurd en vandaag besloot ik het uit te proberen. Nu bleek ik veel niet in huis te hebben. Dus het is een beetje gooi-en-smijtwerk geworden op basis van andermans recept. Het is aangepast naar mijn eigen idee. Het origineel komt van de site Koken zonder e-nummers.
220 gr bloem/tarwebloem
100 gr havermout
50 gr walnoten, gepeld, in stukjes gehakt
50 gr rozijnen
1 zakje bakpoeder (16 gr, dr Oetker Backin)
snufje zout
klontje zachte roomboter
50 gr honing
170 gr appelstroop
3 tl kaneel
190 ml melk
1 appel
Verwarm de oven voor op 160 gr.
Roer alles, behalve de appel, door elkaar. Doe het mengsel in een ingevet cakeblik van 26-28 cm. Schil de appel en snijd deze in dunne partjes. Steek deze in de koek.
Bak de koek 45 min op 160 gr. Controleer met een prikker of de koek gaar is. Daarna op een rooster storten en af laten koelen. Het resultaat is een heerlijke koek, met noten en fruitvulling en een knapperig korstje.
zondag 15 november 2015
Hongaarse goulash
Sinds een maandje hebben we een stuk koe in de vriezer. Geslacht, dat wel. Maar daar zitten lekker veel stukken stoofvlees bij. Een zondagmiddag vind ik een mooi moment om uitgebreid te koken en stoofpotjes te maken.
Ik heb ervoor gekozen om deze keer goulash te maken. Ik vond dat altijd superlekker. Toen er eens een hongaarse kwam studeren in Kampen, heb ik dan ook direct gevraagd om het enige echte hongaarse recept voor goulash. Dat bleek dus niet te bestaan. Iedereen maakt het op zijn eigen manier. Als je op internet zoekt naar recepten zie je dat ook terug. Met of zonder wortel, met of zonder tomaten, met varkensvlees, runderlappen of kip, en evt nog spek. Geserveerd met brood, aardappel of rijst.
Wat er dan wel in moet? (Stoof)vlees, tomatenpuree/blokjes, paprika, paprikapoeder, ui en laurier. Verder is karwijzaad een toevoeging die eigenlijk niet mag ontbreken. Van mijn hand een uitgebreide versie waarvoor je echt even in de keuken moet staan. Maar moeilijk is het zeker niet.
Ingrediënten:
Klontje boter
3 uien, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
600 gr runderstooflappen
150 gr gerookt spek, in blokjes (of spekreepjes)
3 paprika's (twee rode, 1 gele), in blokjes
1 blikje tomatenpuree
500 ml runderbouillon
1 el pittige paprikapoeder (bij gewone paprikapoeder ook een snufje chilipoeder toevoegen)
1 tl karwijzaad
snufje gemalen komijn
2 laurierblaadjes
500 gr tomaten (of een blikje tomatenblokjes)
3 aardappeltjes, geschild en in blokjes
Neem een mooie braadpan (echt, dat verdient dit gerecht zeker) en smelt daarin een klontje boter. Bak de gesnipperde ui en knoflook zachtjes aan. Snijd ondertussen de runderlappen in blokken, verwijder daarbij de dikste vetranden. Zet het vuur wat hoger en voeg de runderlappen toe. Bak ze aan alle kanten mooi bruin. Voeg daarna ook het spek toe en bak even mee.
Als het vlees is aangebraden mag het vuur weer wat omlaag. De paprikablokjes kunnen erbij. Nadat deze even hebben gebakken doe je de tomatenpuree, paprikapoeder, karwijzaad, laurierblaadjes en komijn erbij. Je voegt ook zoveel bouillon toe dat het vlees net onder staat. Breng het aan de stoof.
Gedurende de hele stooftijd voeg je bouillon toe als het vlees te droog komt te staan.
Kook een ruime hoeveelheid water. Snijd de tomaten kruislings in, leg ze in een schaal en overgiet deze met het kokende water (ze moeten allemaal onder staan). Na een halve minuut gooi je het hete water uit de schaal en laat je er zo snel mogelijk koud water over stromen. Daarna verwijder je gemakkelijk alle velletjes. Snijd de tomaten in blokjes en voeg ze toe. Ze zullen vocht loslaten, dus wees even voorzichtig met bouillon toevoegen. Ook de aardappeltjes kunnen er nu bij. Laat het geheel hierna nog zo'n 2,5 uur stoven.
Van huis uit eten we het met rijst. Dus ook ik heb er een pannetje rijst bij gekookt. En dan, na 3 uur op het fornuis, even genieten van een warm stoofpotje!
Ik heb ervoor gekozen om deze keer goulash te maken. Ik vond dat altijd superlekker. Toen er eens een hongaarse kwam studeren in Kampen, heb ik dan ook direct gevraagd om het enige echte hongaarse recept voor goulash. Dat bleek dus niet te bestaan. Iedereen maakt het op zijn eigen manier. Als je op internet zoekt naar recepten zie je dat ook terug. Met of zonder wortel, met of zonder tomaten, met varkensvlees, runderlappen of kip, en evt nog spek. Geserveerd met brood, aardappel of rijst.
Wat er dan wel in moet? (Stoof)vlees, tomatenpuree/blokjes, paprika, paprikapoeder, ui en laurier. Verder is karwijzaad een toevoeging die eigenlijk niet mag ontbreken. Van mijn hand een uitgebreide versie waarvoor je echt even in de keuken moet staan. Maar moeilijk is het zeker niet.
Ingrediënten:
Klontje boter
3 uien, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
600 gr runderstooflappen
150 gr gerookt spek, in blokjes (of spekreepjes)
3 paprika's (twee rode, 1 gele), in blokjes
1 blikje tomatenpuree
500 ml runderbouillon
1 el pittige paprikapoeder (bij gewone paprikapoeder ook een snufje chilipoeder toevoegen)
1 tl karwijzaad
snufje gemalen komijn
2 laurierblaadjes
500 gr tomaten (of een blikje tomatenblokjes)
3 aardappeltjes, geschild en in blokjes
Neem een mooie braadpan (echt, dat verdient dit gerecht zeker) en smelt daarin een klontje boter. Bak de gesnipperde ui en knoflook zachtjes aan. Snijd ondertussen de runderlappen in blokken, verwijder daarbij de dikste vetranden. Zet het vuur wat hoger en voeg de runderlappen toe. Bak ze aan alle kanten mooi bruin. Voeg daarna ook het spek toe en bak even mee.
Als het vlees is aangebraden mag het vuur weer wat omlaag. De paprikablokjes kunnen erbij. Nadat deze even hebben gebakken doe je de tomatenpuree, paprikapoeder, karwijzaad, laurierblaadjes en komijn erbij. Je voegt ook zoveel bouillon toe dat het vlees net onder staat. Breng het aan de stoof.
Gedurende de hele stooftijd voeg je bouillon toe als het vlees te droog komt te staan.
Kook een ruime hoeveelheid water. Snijd de tomaten kruislings in, leg ze in een schaal en overgiet deze met het kokende water (ze moeten allemaal onder staan). Na een halve minuut gooi je het hete water uit de schaal en laat je er zo snel mogelijk koud water over stromen. Daarna verwijder je gemakkelijk alle velletjes. Snijd de tomaten in blokjes en voeg ze toe. Ze zullen vocht loslaten, dus wees even voorzichtig met bouillon toevoegen. Ook de aardappeltjes kunnen er nu bij. Laat het geheel hierna nog zo'n 2,5 uur stoven.
Van huis uit eten we het met rijst. Dus ook ik heb er een pannetje rijst bij gekookt. En dan, na 3 uur op het fornuis, even genieten van een warm stoofpotje!
zaterdag 14 november 2015
Pepernoten met speculaaskruidenrecept.
Oké, pepernoten vallen absoluut niet onder gezond. Volgens sommigen ook niet onder lekker. Maar omdat ons meisje een baksetje kado kreeg en dat echt eens moest uitproberen, omdat KNRM in de Eemshaven Sint veilig aan wal heeft gezet en omdat je geen jaar het pepernoten bakken kunt laten voorbij gaan. Daarom. Nu had ik uiteraard gewoon speculaaskruiden in de kast staan. MAAR daar zit geen peper in. Goede reden toch, om zelf wat samen te gaan stellen?
Pepernotenkruiden:
(in delen, specerijen afwegen is in kleine hoeveelheden niet handig)
1 deel witte peper
1 dl gemberpoeder
1 dl kardemom
1 dl gemalen korianderzaad
2 dl kruidnagelpoeder
2 dl nootmuskaat
8 dl kaneel
Pepernotenrecept (voor 3 bakplaten, +/- 150 pepernoten)
200 gr roomboter, op kamertemperatuur
250 gr bruine basterdsuiker
snufje zout
2 el speculaaskruiden
500 gr zelfrijzend bakmeel
+/- 5 el melk
Meng de boter met suiker, zout en kruiden. Als alles goed gemengd is, voeg je het bakmeel in kleine beetjes toe. Meng nogmaals alles goed. Er ontstaat een vrij droog, kruimelig mengsel. Voeg kleine beetjes melk toe, tot het een smeuïg deeg wordt. Het moet goed aan elkaar kleven, maar niet aan je handen. Voeg desnoods nog wat meel toe, tot het de juiste verhoudingen heeft.
Zet het deeg minimaal 20 min. in de koelkast. Zo stijft het weer wat op en is het beter rolbaar. Ook kunnen de specerijen het deeg goed doortrekken. Vet ondertussen bakplaten in (of gebruik bakpapier). De oven moet voorverwarmd worden op 160 graden.
En voor wie nog niet weet hoe vervolgens de pepernoot gemaakt moet worden: neem een klein plukje deeg. (Na het bakken is het formaat 2x zo groot!). Rol het deeg tussen beide handen tot een balletje. Leg het op de bakplaat en druk iets plat. Houd enige afstand tussen de pepernoten, ze groeien in de oven. Bakplaat vol? Dan een kwartier in de oven, of iets langer als je grote pepernoten hebt gemaakt.
We maakten ook een minibakplaatje met speculaasjes. Hoewel een speculaasrecept iets andere verhoudingen kent en geen melk bevat, zijn ze best lekker!
Pepernotenkruiden:
(in delen, specerijen afwegen is in kleine hoeveelheden niet handig)
1 deel witte peper
1 dl gemberpoeder
1 dl kardemom
1 dl gemalen korianderzaad
2 dl kruidnagelpoeder
2 dl nootmuskaat
8 dl kaneel
Pepernotenrecept (voor 3 bakplaten, +/- 150 pepernoten)
200 gr roomboter, op kamertemperatuur
250 gr bruine basterdsuiker
snufje zout
2 el speculaaskruiden
500 gr zelfrijzend bakmeel
+/- 5 el melk
Meng de boter met suiker, zout en kruiden. Als alles goed gemengd is, voeg je het bakmeel in kleine beetjes toe. Meng nogmaals alles goed. Er ontstaat een vrij droog, kruimelig mengsel. Voeg kleine beetjes melk toe, tot het een smeuïg deeg wordt. Het moet goed aan elkaar kleven, maar niet aan je handen. Voeg desnoods nog wat meel toe, tot het de juiste verhoudingen heeft.
Zet het deeg minimaal 20 min. in de koelkast. Zo stijft het weer wat op en is het beter rolbaar. Ook kunnen de specerijen het deeg goed doortrekken. Vet ondertussen bakplaten in (of gebruik bakpapier). De oven moet voorverwarmd worden op 160 graden.
En voor wie nog niet weet hoe vervolgens de pepernoot gemaakt moet worden: neem een klein plukje deeg. (Na het bakken is het formaat 2x zo groot!). Rol het deeg tussen beide handen tot een balletje. Leg het op de bakplaat en druk iets plat. Houd enige afstand tussen de pepernoten, ze groeien in de oven. Bakplaat vol? Dan een kwartier in de oven, of iets langer als je grote pepernoten hebt gemaakt.
| klein komt bij ons niet voor.... |
We maakten ook een minibakplaatje met speculaasjes. Hoewel een speculaasrecept iets andere verhoudingen kent en geen melk bevat, zijn ze best lekker!
donderdag 29 oktober 2015
Pompoensoep
Voor de Zussendag van onze kerk heb ik onder andere een workshop met pompoen georganiseerd. Zo'n pompoen gaat uitgehold worden voor decoratieve doeleinden. Maar de inhoud zomaar weggooien is uiteraard tegen mijn principes. Daarom heb ik van mijn voorbeeldpompoen maar een receptje gemaakt. Het vruchtvlees is eigenlijk alleen geschikt voor soep of taart, omdat je het vruchtvlees nu eenmaal niet in mooie blokjes of schijfjes uit de pompoen krijgt.
Veel pompoenen zijn eetbaar, wel schijnt de smaak te verschillen. De een is wat zoeter dan de ander. De een wat meliger dan de ander. Ik kies meestal voor een dikke oranje pompoen, maar een groene of flespompoen kun je ook goed gebruiken. De kleine sierpompoenen zou ik lekker laten liggen....
Veel pompoenen zijn eetbaar, wel schijnt de smaak te verschillen. De een is wat zoeter dan de ander. De een wat meliger dan de ander. Ik kies meestal voor een dikke oranje pompoen, maar een groene of flespompoen kun je ook goed gebruiken. De kleine sierpompoenen zou ik lekker laten liggen....
Ingrediënten:
2 uien
olie
evt teentje knoflook
600-700 gr pompoen (1 gemiddelde pompoen)
200 gr wortel
1 liter groente- of kippenbouillon
2 laurierblaadjes
2 aardappeltjes
Smaakvarianten:
- sambal, korianderzaad en korianderblad, komijn,
- kerrie of kurkuma, tabasco
- tijm, rozemarijn, foelie
- sinaasappel en/of citroenrasp en sap, honing
Snijd uien en knoflook fijn en bak deze kort aan in de olie.
Voeg de gesneden pompoen en wortel toe en roerbak beide even mee. Vervolgens
voeg je de bouillon toe en twee laurierblaadjes. Voeg eventuele extra smaken
toe met kruiden en specerijen. Schil en snijd de aardappels in blokjes en voeg
deze toe. Kook het geheel 20 min., tot alle groenten gaar zijn. Haal de laurier
uit de soep en pureer de soep vervolgens met een staafmixer tot een gladde soep
is ontstaan.
Serveer de soep met verse koriander, een lepel crème
fraiche, zure room, of griekse yoghurt, croutons of uitgebakken spekjes.
Ik ben benieuwd in hoeveel Roodeschoolse huizen deze soep zondag op het menu staat!
zaterdag 24 oktober 2015
Stoofpeertjes en appelmoes
In deze prachtige herfsttijd zijn er verschillende mensen die mij blij maken met fruit uit eigen tuin. Eerder al schreef ik over druiven-appeljam en walnoot-pruimkoeken. Nu mocht ik weer appels en stoofperen ophalen. Dat doe ik dan graag. Appelmoes of stoofpeertjes maken is erg eenvoudig. Maar er zijn veel verschillende manieren. Het gaat dus niet zo snel fout, maar je kunt ze wel extra lekker maken. Vandaag dus maar het een en ander op een rijtje gezet. Onder het genot van stoofpeertjesgeur!
Stoofpeertjes
Stoofperen kun je in eindeloos veel gerechten verwerken. Ze worden gegeten als groente, als bijgerecht, nagerecht, in cakes, taarten, ijs en mousse. Maar voor dat alles zullen ze toch eerst gestoofd moeten worden. En ook dat kan in veel variaties.
Schil eerst de stoofpeertjes. Doe dat goed, want eenmaal gestoofd blijven restjes schil een hard randje aan een zacht stoofpeertje. Niet lekker. Je kunt de stoofpeer heel laten, dan is het leuk om een steeltje eraan te laten zitten. Je kunt ze ook in partjes snijden en het klokhuis verwijderen. Ook dan geldt: goed alle harde delen van het klokhuis verwijderen.
Vervolgens moeten de peren gestoofd worden. In welk vocht je dat doet is uiteraard een eigen keus. Ik kies altijd voor een halve fles rode wijn met een scheut water. Andere opties zijn port, rode bessensap of gewoon water. Verder moet er suiker toegevoegd worden. Ik heb nu per pan zo'n 100 gr. gedaan. Je kunt de stoofpeertjes nog meer smaak geven door kaneel, steranijs, kruidnagel, laurier, of citroenschil toe te voegen. Voor mij deze keer twee kaneelstokjes per pan en wat geraspte citroenschil. Zet alles tegelijk op en laat het vocht zachtjes borrelen. Zeker niet flink koken, ze gaan dan kapot.
Stoofpeertjes moeten lang stoven. Na een uur zijn ze meestal wel gaar en zacht. Maar ze worden van zichzelf rood als ze nog een flinke tijd langer op het vuur hebben gestaan. Heb je rood vocht gebruikt, dan zal dat wat eerder zijn. Wil je een rood kleurtje terwijl je ze in water hebt gestoofd, dan zul je toch echt een paar uurtjes ervoor moeten uittrekken. Het vocht kun je nog binden met maizena, mocht je daar van houden.
Peertjes kun je goed in potten bewaren of invriezen. Als toetje, samen met hangop, is toch wel een van onze favorieten!
Appelmoes
Voor appelmoes maken kun je veel verschillende appelsoorten gebruiken. Goudreinet, Elstar of Jonagold zijn de meest gebruikte. De zoetere soorten leveren wat zoetere appelmoes op, je hebt ook minder suiker nodig. De zuurdere vragen meer suiker. Nu kreeg ik Seedlings, een wat onbekender ras. Onverwerkt niet te eten. Het zijn joekels van appels en flink zuur. Maar ze zijn echt perfect voor appelmoes. Er gaat veel suiker in, maar daardoor krijg je ook een intense appelmoessmaak. Ik heb er fantastische appelmoes van gemaakt!
Appelmoes maken kost wel even tijd. Alleen al het schillen is een flink karwei. Die stap sla ik tegenwoordig dan ook over. Ik snijd de appels in kwarten, ontdoe ze van hun klokhuis en vieze plekken en doe ze dan in grove stukken in de pan. Scheelt veel tijd en kramp in je vingers. Vervolgens zet ik ze op het vuur met een flinke bodem water. Soms lees ik over pannen halfvol water: niet doen, daar wordt de appelmoes niet lekkerder van. Binnen korte tijd gaan de appels zelf vocht loslaten en is er genoeg om in te koken. Ik kook de appel op laag vuur, net zo lang tot alle appelstukken gemakkelijk kapot zijn te drukken met een pollepel. Dan mag het vuur uit en laat ik het afkoelen tot het verwerkbaar is. Als het is afgekoeld haal ik het allemaal door de draaizeef. Schilletjes blijven dan achter en je krijgt een mooie gladde appelmoes. Ik voeg daarna suiker toe. Dat gaat beetje bij beetje en je moet telkens opnieuw proeven of het naar je smaak is.
Wil je het in potten bewaren, dan moet je hierna de gezoete moes weer op het vuur zetten tot het weer kookt. Daarna in brandschone potten schenken, gelijk het deksel erop draaien en op de kop laten afkoelen tot het deksel plopt. Inmiddels ben ik overgegaan op diepvrieszakken en bakjes. De potten waren niet meer aan te slepen. Het scheelt een keer opwarmen. Nadeel is dat het eerst ontdooit moet worden voor je het gebruiken kunt.
Vind je het zeven (en evt. weer opwarmen) te omslachtig, of houd je van stukken in je appelmoes, dan zit er niets anders op dan alle appels te schillen. Dan is het vervolg eenvoudiger: koken tot het moes is (evt. met stukken), suiker toevoegen tot het naar je smaak is en gloeiend heet in potten schenken. Klaar!
Stoofpeertjes
Stoofperen kun je in eindeloos veel gerechten verwerken. Ze worden gegeten als groente, als bijgerecht, nagerecht, in cakes, taarten, ijs en mousse. Maar voor dat alles zullen ze toch eerst gestoofd moeten worden. En ook dat kan in veel variaties.
Schil eerst de stoofpeertjes. Doe dat goed, want eenmaal gestoofd blijven restjes schil een hard randje aan een zacht stoofpeertje. Niet lekker. Je kunt de stoofpeer heel laten, dan is het leuk om een steeltje eraan te laten zitten. Je kunt ze ook in partjes snijden en het klokhuis verwijderen. Ook dan geldt: goed alle harde delen van het klokhuis verwijderen.
Vervolgens moeten de peren gestoofd worden. In welk vocht je dat doet is uiteraard een eigen keus. Ik kies altijd voor een halve fles rode wijn met een scheut water. Andere opties zijn port, rode bessensap of gewoon water. Verder moet er suiker toegevoegd worden. Ik heb nu per pan zo'n 100 gr. gedaan. Je kunt de stoofpeertjes nog meer smaak geven door kaneel, steranijs, kruidnagel, laurier, of citroenschil toe te voegen. Voor mij deze keer twee kaneelstokjes per pan en wat geraspte citroenschil. Zet alles tegelijk op en laat het vocht zachtjes borrelen. Zeker niet flink koken, ze gaan dan kapot.
Stoofpeertjes moeten lang stoven. Na een uur zijn ze meestal wel gaar en zacht. Maar ze worden van zichzelf rood als ze nog een flinke tijd langer op het vuur hebben gestaan. Heb je rood vocht gebruikt, dan zal dat wat eerder zijn. Wil je een rood kleurtje terwijl je ze in water hebt gestoofd, dan zul je toch echt een paar uurtjes ervoor moeten uittrekken. Het vocht kun je nog binden met maizena, mocht je daar van houden.
Peertjes kun je goed in potten bewaren of invriezen. Als toetje, samen met hangop, is toch wel een van onze favorieten!
Appelmoes
Voor appelmoes maken kun je veel verschillende appelsoorten gebruiken. Goudreinet, Elstar of Jonagold zijn de meest gebruikte. De zoetere soorten leveren wat zoetere appelmoes op, je hebt ook minder suiker nodig. De zuurdere vragen meer suiker. Nu kreeg ik Seedlings, een wat onbekender ras. Onverwerkt niet te eten. Het zijn joekels van appels en flink zuur. Maar ze zijn echt perfect voor appelmoes. Er gaat veel suiker in, maar daardoor krijg je ook een intense appelmoessmaak. Ik heb er fantastische appelmoes van gemaakt!
Appelmoes maken kost wel even tijd. Alleen al het schillen is een flink karwei. Die stap sla ik tegenwoordig dan ook over. Ik snijd de appels in kwarten, ontdoe ze van hun klokhuis en vieze plekken en doe ze dan in grove stukken in de pan. Scheelt veel tijd en kramp in je vingers. Vervolgens zet ik ze op het vuur met een flinke bodem water. Soms lees ik over pannen halfvol water: niet doen, daar wordt de appelmoes niet lekkerder van. Binnen korte tijd gaan de appels zelf vocht loslaten en is er genoeg om in te koken. Ik kook de appel op laag vuur, net zo lang tot alle appelstukken gemakkelijk kapot zijn te drukken met een pollepel. Dan mag het vuur uit en laat ik het afkoelen tot het verwerkbaar is. Als het is afgekoeld haal ik het allemaal door de draaizeef. Schilletjes blijven dan achter en je krijgt een mooie gladde appelmoes. Ik voeg daarna suiker toe. Dat gaat beetje bij beetje en je moet telkens opnieuw proeven of het naar je smaak is.
Wil je het in potten bewaren, dan moet je hierna de gezoete moes weer op het vuur zetten tot het weer kookt. Daarna in brandschone potten schenken, gelijk het deksel erop draaien en op de kop laten afkoelen tot het deksel plopt. Inmiddels ben ik overgegaan op diepvrieszakken en bakjes. De potten waren niet meer aan te slepen. Het scheelt een keer opwarmen. Nadeel is dat het eerst ontdooit moet worden voor je het gebruiken kunt.
Vind je het zeven (en evt. weer opwarmen) te omslachtig, of houd je van stukken in je appelmoes, dan zit er niets anders op dan alle appels te schillen. Dan is het vervolg eenvoudiger: koken tot het moes is (evt. met stukken), suiker toevoegen tot het naar je smaak is en gloeiend heet in potten schenken. Klaar!
woensdag 14 oktober 2015
Risotto met spinazie en champignons (vegetarisch)
Risotto is volgens de grote chefs een van de moeilijkere gerechten. Tegelijk heeft Knorr er wel een wereldgerecht van gemaakt. Dus dan moet het toch niet te moeilijk zijn om een eetbare variant op tafel te zetten. Ik maak af en toe risotto. Zelden perfect, maar vrijwel altijd wel erg lekker, naar mijn mening dan. Grootste uitdaging is het gelijkmatig garen van de risotto.
Vandaag probeerde ik een nieuwe. Met verse spinazie en champignons.
Voor 2 volwassenen en 2 kleine eters heb je het volgende nodig:
1 rode ui
200 gr risottorijst
1 liter groentebouillon (gemaakt van 1 blokje)
700 gr verse spinazie
250 gr champignons
flinke hand geraspte kaas
peper
boter
Gebruik voor de risotto een grote pan met een dikke bodem. Snipper de rode ui en bak deze in een klont boter. Voeg de risottorijst toe en laat deze even in de boter bakken, totdat de korrels glazig zijn. Vervolgens voeg je een scheut groentebouillon toe, en die laat je langzaam door de rijst opnemen. Is de rijst bijna droog, dan voeg je opnieuw een scheut bouillon toe. Op deze manier gaart de rijst. Dit proces herhaal je tot de korrels bijna helemaal gaar zijn. De bouillon hoeft er niet allemaal door.
Ondertussen maak je in een andere grote pan de groente klaar. Verse spinazie moet goed gewassen worden, want bevat vaak nog ladingen zand. Verwijder bij het wassen ook vieze blaadjes en zoveel mogelijk van de grote stengels. Snijd de champignons en bak deze in wat olie. Voeg daarna handje voor handje de verse, uitgelekte spinazie toe. Dit slinkt flink en er komt alsnog veel vocht vrij. Zodra de spinazie is gebakken haal je de pan van het vuur.
Op het moment dat de risotto zelf bijna gaar is, voeg je het spinazie-champignonmengsel (zonder het vocht) toe. Roer het er goed doorheen en voeg ook de kaas toe. Lekkerste is een pittige kaas, bijvoorbeeld parmezaan. Ik had alleen gewone kaas in huis, dus die ging er door. Warm het door, voeg nog wat peper naar smaak toe en voeg tot slot een klont (room)boter toe. Dat geeft een lekkere glans en smaak aan het gerecht.
En dan is dit het resultaat.
Je kunt eindeloos variëren met risotto. Het is lekker om na het bakken van de rijst het geheel af te blussen met een scheut witte wijn. Dat had ik helaas niet in huis. Verder kun je in plaats van bouillon aan het eind room toevoegen. Andere kazen, vlees, allerlei soorten groenten: met risotto kun je alle kanten op!
Vandaag probeerde ik een nieuwe. Met verse spinazie en champignons.
Voor 2 volwassenen en 2 kleine eters heb je het volgende nodig:
1 rode ui
200 gr risottorijst
1 liter groentebouillon (gemaakt van 1 blokje)
700 gr verse spinazie
250 gr champignons
flinke hand geraspte kaas
peper
boter
Gebruik voor de risotto een grote pan met een dikke bodem. Snipper de rode ui en bak deze in een klont boter. Voeg de risottorijst toe en laat deze even in de boter bakken, totdat de korrels glazig zijn. Vervolgens voeg je een scheut groentebouillon toe, en die laat je langzaam door de rijst opnemen. Is de rijst bijna droog, dan voeg je opnieuw een scheut bouillon toe. Op deze manier gaart de rijst. Dit proces herhaal je tot de korrels bijna helemaal gaar zijn. De bouillon hoeft er niet allemaal door.
Ondertussen maak je in een andere grote pan de groente klaar. Verse spinazie moet goed gewassen worden, want bevat vaak nog ladingen zand. Verwijder bij het wassen ook vieze blaadjes en zoveel mogelijk van de grote stengels. Snijd de champignons en bak deze in wat olie. Voeg daarna handje voor handje de verse, uitgelekte spinazie toe. Dit slinkt flink en er komt alsnog veel vocht vrij. Zodra de spinazie is gebakken haal je de pan van het vuur.
Op het moment dat de risotto zelf bijna gaar is, voeg je het spinazie-champignonmengsel (zonder het vocht) toe. Roer het er goed doorheen en voeg ook de kaas toe. Lekkerste is een pittige kaas, bijvoorbeeld parmezaan. Ik had alleen gewone kaas in huis, dus die ging er door. Warm het door, voeg nog wat peper naar smaak toe en voeg tot slot een klont (room)boter toe. Dat geeft een lekkere glans en smaak aan het gerecht.
En dan is dit het resultaat.
Abonneren op:
Posts (Atom)


