Zaterdag is bij ons met enige regelmaat patatdag. Maar ik ben wel een beetje uitgekeken op patat. Veel bijzonders hadden we ook niet in huis, dus het was een kwestie van kasten, vrieskast en koelkast plunderen. Het eten was dan ook een samenraapseltje, maar het voelde als een zondags maal (dat komt vast door de soep). Behalve onderstaand soepje aten we een gegrilde visfilet, met een dillesaus die we nog in vriezer hadden. Daarbij nog aardappeltjes uit de oven. Daar krijg ik nooit genoeg van.
De preisoep heb ik op smaak gebracht met kerrie. Dat leek me lekker met de paprika. Mosterd is een andere variant. Of je doet er gewoon een scheut room in en maakt het af met spekjes, kip, of bacon.
Inhoud:
Klontje boter
2 preien
2 aardappels, middelgroot
2 zoete puntpaprika's
750 ml groentebouillon (van 1 tablet)
1,5 el kerrie
Snijd de prei in ringentjes en was ze goed. Laat even uitlekken. Schil de aardappelen, snijd ze in kleine blokjes. Smelt boter in een soeppan, voeg preiringen en aardappelblokjes toe en roerbak ze even. Was en snijd de paprika's in ringen en bak even mee. Voeg vervolgens kerrie toe en roer dit goed door de groenten. Het gaat wat aan de bodem vastbakken, dat is geen probleem, dat roer je straks weer los. Als het lekker gebakken heeft, voeg je de bouillon toe en breng je het geheel aan de kook. Schraap even goed over de bodem zodat alle vastgebakken kerrie weer door de soep geroerd wordt. Vervolgens de soep een minuut of 10 laten koken. Voor een gebonden soep ga je er nu met de staafmixer door tot alles glad is. Bij ons vooral een tactische zet: de kinderen zien er geen 'rare sliertjes' en 'vieze paprika' meer in en hebben, ondanks de flinke pit er heerlijk in zitten eten! Je zou eventueel voor het mooie beeld wat preiringetjes en paprikareepjes over kunnen laten en over de soepkommen verdelen.
Gewone maaltijden, maar wel gezond, lekker en zonder pakjes en zakjes. Want zelf maken is lekkerder, gezonder en gewoonweg leuker. Alle recepten hebben in huize Wijnalda op tafel gestaan en zijn lekker genoeg om de wijde wereld in te gaan.
zaterdag 12 maart 2016
maandag 22 februari 2016
Stamppot ratjetoe
Bij ons is het zelden kliekjesdag. Of het eten gaat op, of er is zoveel over dat het de vriezer in gaat. Wel heb ik erg vaak restjes verse groenten over. Prei, wortel, paprika, champignons, enz. Vandaag was zo'n dag met wat restjes groenten die verwerkt moesten worden. Daarnaast vond ik het hoog tijd om de eerste preien uit de tuin te proberen. Al maanden geleden had ik eens een prei van het formaat bosui er uit getrokken. Maar laatst ontdekte ik zowaar enkele stengels die hun best deden prei te lijken. Vandaag waren ze aan de beurt en trok ik ze uit de klei, om de restjesstamppot op te leuken.
De stamppot werd vandaag gekookt zonder zelfs maar een blik op internet. Dat gebeurt zelden. Althans, het gebeurt zelden dat er dan iets blogwaardigs op tafel staat. Meestal doe ik toch ideeën op van google die ik vervolgens combineer. Maar ik moet zeggen dat deze creatieve, internetloze uitspatting van mij goed gelukt is. Een vrolijke stamppot om te zien!
Dit trek je uit de kast:
750 gr aardappelen
200 gr zoete aardappel
250 gr winterwortel
3 miezerige preistengels uit eigen tuin, of 1 fatsoenlijk grote
100 gr doperwten
1,5 el fijne mosterd
scheut melk
peper, zout
Schil de aardappel, zoete aardappel en winterwortel. Snijd ze allen in kleinere stukken en zet ze in een pan, half onder water, op het vuur. Breng aan de kook en kook ze 20-25 min, tot alles gaar is. Giet af.
Maak intussen de prei schoon, snijd het in ringetjes en bak ze in een koekenpan in een klontje boter. Voeg ook de doperwten toe en verhit het geheel tot alles gaar is.
Stamp het aardappel-wortelmengsel met een scheut melk en de mosterd tot een lekkere grove puree. Roer de groene groenten er goed doorheen en breng op smaak met wat peper en zout.
Wij aten er een visje bij, maar zonder was het ook een prima maaltijd geweest.
De stamppot werd vandaag gekookt zonder zelfs maar een blik op internet. Dat gebeurt zelden. Althans, het gebeurt zelden dat er dan iets blogwaardigs op tafel staat. Meestal doe ik toch ideeën op van google die ik vervolgens combineer. Maar ik moet zeggen dat deze creatieve, internetloze uitspatting van mij goed gelukt is. Een vrolijke stamppot om te zien!
Dit trek je uit de kast:
750 gr aardappelen
200 gr zoete aardappel
250 gr winterwortel
3 miezerige preistengels uit eigen tuin, of 1 fatsoenlijk grote
100 gr doperwten
1,5 el fijne mosterd
scheut melk
peper, zout
Schil de aardappel, zoete aardappel en winterwortel. Snijd ze allen in kleinere stukken en zet ze in een pan, half onder water, op het vuur. Breng aan de kook en kook ze 20-25 min, tot alles gaar is. Giet af.
Maak intussen de prei schoon, snijd het in ringetjes en bak ze in een koekenpan in een klontje boter. Voeg ook de doperwten toe en verhit het geheel tot alles gaar is.
Stamp het aardappel-wortelmengsel met een scheut melk en de mosterd tot een lekkere grove puree. Roer de groene groenten er goed doorheen en breng op smaak met wat peper en zout.
Wij aten er een visje bij, maar zonder was het ook een prima maaltijd geweest.
vrijdag 5 februari 2016
Pastei van wortel en spruitjes
Vandaag wachten er wat restjes groenten om verwerkt te worden. Nou ja, het is een halve kilo spruitjes en een halve kilo wortels, die beide niet al te lang meer hebben. Nu lees ik regelmatig dat kliekjes goed in een pastei verwerkt kunnen worden. Dus ik heb een en ander gegoogeld, wat recepten gelezen en vervolgens mijn eigen pastei in elkaar geflanst. En het is goedgekeurd, dus bij deze mag hij het wijde web op.
Voor het deeg:
150 gr bloem
90 gr koude roomboter
snuf zout
scheut koud water
voor de vulling:
300 gr gehakt
1 ui
1 teentje knoflook
500 gr winterpeen
500 gr spruitjes
100 gr champignons
flesje bier
tijm
bouillonblokje
plak ontbijtkoek
evt zout, peper
gedroogd chilipepertje, of chilipoeder/sambal
evt maizena
olie
1 eidooier
Maak eerst het deeg. Dit gaat het snelst door bloem, zout en blokjes boter in een keukenmachine (een hakselaar) te doen en even flink te hakselen. Binnen no time heb je een kruimelig deeg. Daarna een scheutje koud water erbij, weer even aanzetten en vervolgens kneden tot een bal. Is het te droog, dan nog wat water. Is het te nat, dan ietsje bloem erbij. Vervolgens minstens een uur wegzetten in de koelkast.
In een grote pan bak je het gehakt rul. Je snijdt ui en knoflook fijn en voegt deze toe. Daarna worden de wortels schoongemaakt en in plakjes gesneden. Als het gehakt mooi gebakken is, mag de wortel erbij. Daarna ondergaan de spruitjes dezelfde behandeling: schoonmaken en de pan in. Vervolgens de champignons erachter aan. Even bakken allemaal. Dan mag er een heel flesje bier in. Donkere biertjes geven extra smaak aan het gerecht, maar bij gebrek aan voorraad donkerbier heb ik een doodgewoon HertogJannetje er in gedaan. Bouillonblokje erbij en even kijken of er genoeg vocht in zit. Ik heb nog zo'n 150 ml vocht toegevoegd. Ook de tijm mag er nu bij in. Hoeveel? Geen idee, ik gooi altijd wat raak. Een halve eetlepel of iets dergelijks. De deksel mag nu op de pan en het kan een half uurtje sudderen.
Als de groenten beetgaar zijn mag de plak ontbijtkoek er over gekruimeld worden. Dit geeft een zoet smaakje en tegelijk binding aan het gerecht. Op smaak brengen met peper en zout. Ik voegde ook wat chilipepertjes toe. Dat had ik beter bij één kunnen laten. Het was bij tijden flink pittig. Die pit kan het wel hebben, maar je moet er wel van houden. Als het vocht nog niet voldoende gebonden is, dan kun je een eetlepel maizena aanmaken met wat water en dat toevoegen. Vervolgens mag het vuur uit.
Vet een ovenschaal in en doe het groentengehaktmengsel erin. Rol het deeg dun uit, tot het iets groter is dan de ovenschaal. Klop de eidooier los, smeer de randen waar het deeg komt in met ei. Vervolgens leg je het deeg over de groenten en drukt de randen goed aan. Het geeft niet als wat overtollig deeg op elkaar gedrukt wordt, zolang het geen dikke klonten zijn. Zorg dat alle randen goed gesloten zijn.
Vervolgens kwast je de eidooier over de bovenkant en snijd je in het midden een kruisje, zodat hete lucht kan ontsnappen.
De pastei mag nu 40 minuutjes op 180 gr in de oven staan garen en bruin worden. Is het dakje mooi gekleurd, dan kan het de oven uit! Eet lekker!
Voor het deeg:
150 gr bloem
90 gr koude roomboter
snuf zout
scheut koud water
voor de vulling:
300 gr gehakt
1 ui
1 teentje knoflook
500 gr winterpeen
500 gr spruitjes
100 gr champignons
flesje bier
tijm
bouillonblokje
plak ontbijtkoek
evt zout, peper
gedroogd chilipepertje, of chilipoeder/sambal
evt maizena
olie
1 eidooier
Maak eerst het deeg. Dit gaat het snelst door bloem, zout en blokjes boter in een keukenmachine (een hakselaar) te doen en even flink te hakselen. Binnen no time heb je een kruimelig deeg. Daarna een scheutje koud water erbij, weer even aanzetten en vervolgens kneden tot een bal. Is het te droog, dan nog wat water. Is het te nat, dan ietsje bloem erbij. Vervolgens minstens een uur wegzetten in de koelkast.
In een grote pan bak je het gehakt rul. Je snijdt ui en knoflook fijn en voegt deze toe. Daarna worden de wortels schoongemaakt en in plakjes gesneden. Als het gehakt mooi gebakken is, mag de wortel erbij. Daarna ondergaan de spruitjes dezelfde behandeling: schoonmaken en de pan in. Vervolgens de champignons erachter aan. Even bakken allemaal. Dan mag er een heel flesje bier in. Donkere biertjes geven extra smaak aan het gerecht, maar bij gebrek aan voorraad donkerbier heb ik een doodgewoon HertogJannetje er in gedaan. Bouillonblokje erbij en even kijken of er genoeg vocht in zit. Ik heb nog zo'n 150 ml vocht toegevoegd. Ook de tijm mag er nu bij in. Hoeveel? Geen idee, ik gooi altijd wat raak. Een halve eetlepel of iets dergelijks. De deksel mag nu op de pan en het kan een half uurtje sudderen.
Als de groenten beetgaar zijn mag de plak ontbijtkoek er over gekruimeld worden. Dit geeft een zoet smaakje en tegelijk binding aan het gerecht. Op smaak brengen met peper en zout. Ik voegde ook wat chilipepertjes toe. Dat had ik beter bij één kunnen laten. Het was bij tijden flink pittig. Die pit kan het wel hebben, maar je moet er wel van houden. Als het vocht nog niet voldoende gebonden is, dan kun je een eetlepel maizena aanmaken met wat water en dat toevoegen. Vervolgens mag het vuur uit.
Vet een ovenschaal in en doe het groentengehaktmengsel erin. Rol het deeg dun uit, tot het iets groter is dan de ovenschaal. Klop de eidooier los, smeer de randen waar het deeg komt in met ei. Vervolgens leg je het deeg over de groenten en drukt de randen goed aan. Het geeft niet als wat overtollig deeg op elkaar gedrukt wordt, zolang het geen dikke klonten zijn. Zorg dat alle randen goed gesloten zijn.
Vervolgens kwast je de eidooier over de bovenkant en snijd je in het midden een kruisje, zodat hete lucht kan ontsnappen.
De pastei mag nu 40 minuutjes op 180 gr in de oven staan garen en bruin worden. Is het dakje mooi gekleurd, dan kan het de oven uit! Eet lekker!
![]() |
| Een slechte foto van toch wel een erg lekkere maaltijd |
maandag 25 januari 2016
Rijst met kipkerriesaus en peultjes
Toen ik nog lief en klein was mochten we kiezen wat we wilden eten op onze verjaardag. Ik koos altijd voor rijst met krenten met een lekker botersausje en een laag suiker. Dat werd door de ene helft van de familie zeer gewaardeerd. De andere helft moest er niet aan denken. Om het toch enigszins feestelijk te houden voor de hele familie, kookte mijn moeder ook vaak een pan rijst met kerriesaus. Toen bijna net zo lekker als rijst met krenten.
Inmiddels is mijn waardering voor rijst met krenten iets afgenomen. Kerriesaus gaat er echter nog goed in. Vandaag staat het daarom in een eigen versie op tafel. Met een flinke dosis peultjes erin. Alternatieven zijn er natuurlijk ook. Neem bijvoorbeeld sperzieboontjes, taugé, wortel of doperwtjes.
Ingrediënten:
500 gr peultjes
scheut olie
1 kipfilet
1 sjalot of gewone ui
1 teentje knoflook
1 rode paprika
100 gr champignons
2 flinke eetlepels kerriepoeder
3 el bloem
0,5 l bouillon, kip of groente, van een tablet
kwart verse ananas
1 tl chilisaus
1 kopje (zilvervlies)rijst
Maak de peultjes schoon en kook ze eventjes, een minuut of 2-3.
Kook de rijst en zet deze apart.
Snijd de kipfilet in blokjes, verhit de olie en bak de kip aan.
Snijd ondertussen de sjalot en knoflook en voeg deze toe.
Daarna mogen paprika en champignons op de snijplank en vervolgens in de pan.
Strooi de kerriepoeder erover en bak het lekker mee. Het goedje gaat waarschijnlijk aan de bodem zitten. Dat geeft niets, zolang het niet aanbrandt.
Als alles wat gegaard is, mag de bloem erover. Ook dat moet even bakken.
Giet dan de bouillon toe. Roer goed door, en schraap de bodem leeg. Zodra het kookt gaat de saus binden.
Ontdoe de ananas van boven en onderkant en snijd vervolgens de schil af. De 'stekeltjes' ook goed wegsnijden. Daarna in kwarten en de kern verwijderen. Die is namlijk niet te eten. Een kwart van de ananas snijd je in blokjes en doe je in de pan. Dan mogen ook de peultjes erbij. Vervolgens is het een kwestie van op smaak brengen. Met kinderen aan tafel is 1 tl chilisaus voldoende. Houd je van pit, dan doe je er nog een paar extra in.
Serveren met rijst en smakelijk eten!
Inmiddels is mijn waardering voor rijst met krenten iets afgenomen. Kerriesaus gaat er echter nog goed in. Vandaag staat het daarom in een eigen versie op tafel. Met een flinke dosis peultjes erin. Alternatieven zijn er natuurlijk ook. Neem bijvoorbeeld sperzieboontjes, taugé, wortel of doperwtjes.
Ingrediënten:
500 gr peultjes
scheut olie
1 kipfilet
1 sjalot of gewone ui
1 teentje knoflook
1 rode paprika
100 gr champignons
2 flinke eetlepels kerriepoeder
3 el bloem
0,5 l bouillon, kip of groente, van een tablet
kwart verse ananas
1 tl chilisaus
1 kopje (zilvervlies)rijst
Maak de peultjes schoon en kook ze eventjes, een minuut of 2-3.
Kook de rijst en zet deze apart.
Snijd de kipfilet in blokjes, verhit de olie en bak de kip aan.
Snijd ondertussen de sjalot en knoflook en voeg deze toe.
Daarna mogen paprika en champignons op de snijplank en vervolgens in de pan.
Strooi de kerriepoeder erover en bak het lekker mee. Het goedje gaat waarschijnlijk aan de bodem zitten. Dat geeft niets, zolang het niet aanbrandt.
Als alles wat gegaard is, mag de bloem erover. Ook dat moet even bakken.
Giet dan de bouillon toe. Roer goed door, en schraap de bodem leeg. Zodra het kookt gaat de saus binden.
Ontdoe de ananas van boven en onderkant en snijd vervolgens de schil af. De 'stekeltjes' ook goed wegsnijden. Daarna in kwarten en de kern verwijderen. Die is namlijk niet te eten. Een kwart van de ananas snijd je in blokjes en doe je in de pan. Dan mogen ook de peultjes erbij. Vervolgens is het een kwestie van op smaak brengen. Met kinderen aan tafel is 1 tl chilisaus voldoende. Houd je van pit, dan doe je er nog een paar extra in.
Serveren met rijst en smakelijk eten!
maandag 4 januari 2016
oosterse spruitjes met pindasaus (vegetarisch)
Nieuw jaar, nieuwe voornemens. En voor mij is zo'n voornemen: koken met meer groenten en minder vlees. Nu eten we al veel groenten, dus ik denk dat vooral minder vlees een uitdaging wordt. Ik ben zo'n vleesfanaat die een vleesloze maaltijd toch vaak wat saai vindt. Zelfs als ik er iets briljants van maak. Maar goed, we beginnen vol goede moed. Vandaag spruitjes op het menu. Dat eten we vaak. En dat is handig, want ze zitten vol vitamine C. Goed voor je weerstand!
Ik gebruikte het volgende.
Voor de spruitjes:
500 gr spruitjes, schoongemaakt
scheutje zonnebloemolie
2 uien
1 teentje knoflook
2 paprika's
150 gr champignons
2 tl sambal
ketjap
peper, zout,
basmatirijst (1 kopje is voldoende voor ons gezin)
1 hand cashewnoten (ongezouten)
Voor de pindasaus:
2 el zonnebloemolie
1 teentje knoflook
1 tl uienpoeder (of 1 zeer fijngehakte ui)
6 el pindakaas
water (100-300 ml)
1 tl bruine suiker
1 tl citroensap
2 el ketjap
2 tl sambal
1 tl serehpoeder
mespuntje trassi
De spruiten worden klaargemaakt in de wok. Dat neemt nogal wat ruimte in op doorsnee gasfornuizen. Bij mijzelf past er bijvoorbeeld alleen maar een klein pannetje naast. Het vraagt wat planning om dan alles te koken. In dit gerecht kan eigenlijk alles vooraf gekookt worden. Pindasaus en rijst kunnen prima even staan.
Aan de slag:
Kook de basmatirijst volgens de verpakking en zet het na het afgieten met een deksel op de pan weg.
Voor de satesaus snijd je een teentje knoflook heel fijn. Pak een pan met een dikke bodem, of zet het op een vlamverdeler, want de saus bakt snel aan. Doe olie in de pan, voeg de knoflook (en fijngehakte ui) toe en bak even kort. Voeg uienpoeder toe en de pindakaas. Laat het even bakken. Daarna voeg je een scheutje water toe, tot het de gewenste dikte heeft. Dat klinkt raar, want het is in het begin juist dun. Maar door het toevoegen van wat water wordt het dik. Doe het scheutje voor scheutje, zodat de saus niet alsnog te dun wordt. Als de saus de juiste dikte heeft voeg je de overige ingrediënten toe. En dan even een minuut of 10 laten pruttelen.
Bij ons gebeurt het regelmatig dat de saus gaat schiften: er komt een laag olie bovenop drijven. Het ziet er niet uit, maar de smaak is er niet minder om. Sterker nog: in sommige landen meent men dat dit het des te lekkerder maakt, aldus wikipedia. Je kunt er een scheutje melk aan toevoegen. Dat bindt het geheel weer. Niet meer laten koken en voor gebruik nog eens doorroeren.
Heb je al die ingrediënten niet in huis? Met alleen olie, pindakaas, water, knoflook en ketjap kom je ook een heel eind!
Dan de spruitjes:
Kook de spruitjes 5 minuten voor. Snipper ui en knoflook. Snijd paprika's en champignons. Zet een wok op het vuur, voeg olie toe zodra het heet is en bak de ui en knoflook kort aan. Vooral niet te lang, knoflook wordt er niet beter van... Voeg daarna paprika en champignon toe en roerbak het geheel een aantal minuten. Een scheutje ketjap, 2 tl sambal en wat zout maken het gerecht lekker op smaak. Daarna de spruitjes erbij, even meebakken en tot slot een hand (of 2 :-) ) cashewnoten erover heen.
Eet lekker!
Ik gebruikte het volgende.
Voor de spruitjes:
500 gr spruitjes, schoongemaakt
scheutje zonnebloemolie
2 uien
1 teentje knoflook
2 paprika's
150 gr champignons
2 tl sambal
ketjap
peper, zout,
basmatirijst (1 kopje is voldoende voor ons gezin)
1 hand cashewnoten (ongezouten)
Voor de pindasaus:
2 el zonnebloemolie
1 teentje knoflook
1 tl uienpoeder (of 1 zeer fijngehakte ui)
6 el pindakaas
water (100-300 ml)
1 tl bruine suiker
1 tl citroensap
2 el ketjap
2 tl sambal
1 tl serehpoeder
mespuntje trassi
De spruiten worden klaargemaakt in de wok. Dat neemt nogal wat ruimte in op doorsnee gasfornuizen. Bij mijzelf past er bijvoorbeeld alleen maar een klein pannetje naast. Het vraagt wat planning om dan alles te koken. In dit gerecht kan eigenlijk alles vooraf gekookt worden. Pindasaus en rijst kunnen prima even staan.
Aan de slag:
Kook de basmatirijst volgens de verpakking en zet het na het afgieten met een deksel op de pan weg.
Voor de satesaus snijd je een teentje knoflook heel fijn. Pak een pan met een dikke bodem, of zet het op een vlamverdeler, want de saus bakt snel aan. Doe olie in de pan, voeg de knoflook (en fijngehakte ui) toe en bak even kort. Voeg uienpoeder toe en de pindakaas. Laat het even bakken. Daarna voeg je een scheutje water toe, tot het de gewenste dikte heeft. Dat klinkt raar, want het is in het begin juist dun. Maar door het toevoegen van wat water wordt het dik. Doe het scheutje voor scheutje, zodat de saus niet alsnog te dun wordt. Als de saus de juiste dikte heeft voeg je de overige ingrediënten toe. En dan even een minuut of 10 laten pruttelen.
Bij ons gebeurt het regelmatig dat de saus gaat schiften: er komt een laag olie bovenop drijven. Het ziet er niet uit, maar de smaak is er niet minder om. Sterker nog: in sommige landen meent men dat dit het des te lekkerder maakt, aldus wikipedia. Je kunt er een scheutje melk aan toevoegen. Dat bindt het geheel weer. Niet meer laten koken en voor gebruik nog eens doorroeren.
Heb je al die ingrediënten niet in huis? Met alleen olie, pindakaas, water, knoflook en ketjap kom je ook een heel eind!
Dan de spruitjes:
Kook de spruitjes 5 minuten voor. Snipper ui en knoflook. Snijd paprika's en champignons. Zet een wok op het vuur, voeg olie toe zodra het heet is en bak de ui en knoflook kort aan. Vooral niet te lang, knoflook wordt er niet beter van... Voeg daarna paprika en champignon toe en roerbak het geheel een aantal minuten. Een scheutje ketjap, 2 tl sambal en wat zout maken het gerecht lekker op smaak. Daarna de spruitjes erbij, even meebakken en tot slot een hand (of 2 :-) ) cashewnoten erover heen.
Eet lekker!
dinsdag 29 december 2015
Lasagne met bechamelsaus
Het is al weer even geleden dat ik een recept deelde. December was een drukke maand, ook met koken. Ik heb veel gekookt en bijna nog meer gebakken. Een stuk of 8 taarten/koeken binnen twee weken (nee, niet allen zelf opgegeten). Daarnaast nog wat hartige taarten en ovenschotels. De oven heeft overuren gedraaid. En ook gisteren zette ik 'm nog een keer weer aan. Voor lasagne deze keer. Dat recept mag natuurlijk niet ontbreken op de blog.
Voor lasagne kun je een gewone basistomatensaus gebruiken. Ik vind het zelf prettig om een stevige saus te hebben, dus veel groenten en vandaag ook ietsje meer gehakt. Daarnaast hoort er bij een lasagne bechamelsaus. Het kan zonder, maar mét maakt het echt af.
Voor het recept van vandaag heb je het volgende nodig:
500 gr gehakt
3 (grote) uien
2 teentjes knoflook
2 (rode) paprika's
3 wortels
1 courgette
1 blikje tomatenblokjes
1 pak gezeefde tomaten
1 bouillonblokje (rund)
italiaanse kruiden: oregano, tijm, beetje rozemarijn, peterselie, basilicum
paprikapoeder, tabasco, peper, zout
half doosje lasagnebladen
50 gr boter
50 gr bloem
500 ml melk
nootmuskaat, vers (ruikt lekker!) of uit een potje
50 gr (parmezaanse) kaas
Bak als eerste het gehakt mooi rul. De meeste gehaktsoorten zijn vet genoeg om zonder boter of olie te bakken. Zo niet, dan eerst even een scheutje olijfolie in de pan. Snipper ui en knoflook en voeg dit toe zodra het gehakt bruin is. Vervolgens worden wortels schoongemaakt en in dunne plakjes gesneden, paprika's in blokjes en courgette in kleine stukjes gesneden. Voeg ze een voor een toe en bak alles even aan. Daarna mogen de tomatenblokjes, gezeefde tomaten en het bouillonblokje erbij. Water toevoegen hoeft niet: er zit genoeg vocht in de pan.
Als je gedroogde kruiden gebruikt, kunnen die er direct bij in. Verse kruiden mogen juist aan het eind erbij. Paprikapoeder, tabasco, peper en zout kunnen wel direct in de pan. Het geheel even een kwartiertje laten sudderen op laag vuur. Ik vind het lastig aan te geven hoeveel kruiden er in gaan. Ik gooi altijd maar wat raak en proef. Er gaat dan vrijwel altijd nog wel wat bij. Zout en peper halen de smaak ook nog wat op. Zo maak je het elke keer zelf lekker. Deze keer had ik een vrij zoete variant door de hoeveelheid tomaten en wortel. Dan gaat er wat extra tabasco in om pit te geven.
Terwijl deze saus staat te sudderen kun je aan de slag met de bechamelsaus. Het is een eenvoudige saus, maar je moet wel goed opletten. De hoeveelheid boter en bloem kan eventueel een paar gram minder, of juist de hoeveelheid melk wat meer. Het ligt er maar aan hoe dik je de saus wilt hebben.
Je begint met boter smelten in een pannetje. Dat moet op laag vuur gebeuren, de boter mag niet bruin worden. Als de boter gesmolten is voeg je in een keer de bloem toe. Met een pollepel meng je het goed. Het mag even bakken en pruttelen. Wel af en toe blijven doorroeren. Zodra het mengsel wat droog wordt, giet je de helft van de melk erbij. Roer met een garde tot je een egaal mengsel krijg. Het dikt in zodra de melk wat warmte heeft. Voeg vervolgens zoveel melk toe tot je een mooie vla-dikke saus hebt. Als de saus klaar is kun je het op smaak brengen met nootmuskaat, peper en zout. Daarnaast kun je van het vuur af er nog een ei doorheen klutsen, of geraspte kaas. Ik heb het deze keer gewoon basic gehouden.
Dan begint het opstapelen: vet een ovenschaal in en begin met een dun laagje saus. Zorg ervoor dat de bodem helemaal bedekt is. Bedek de saus met een enkele laag lasagnebladen. Deze mogen elkaar niet overlappen, dan worden ze niet goed gaar. Laat liever een randje onbedekt, mocht het niet helemaal passen. Vervolgens herhaal je de laagjes saus en bladen, en eindig je met een laagje saus. Ik heb zo drie laagjes bladen en 4 laagjes saus. Tot slot giet je voorzichtig de bechamelsaus over de bovenste laag tomatensaus. Tot slot bedek je de schotel met een laagje geraspte kaas.
Dat ziet er dan zo uit.
De schotel moet 35-45 minuten in een voorverwarmde oven op 200 graden. Daarna kun je het gerust een minuutje of 10 op tafel zetten. Het blijft nog wel even heet. En dan begint het project 'lasagne-op-je-bord-zonder-dat-het-uit-elkaar-valt'. Succes!
Voor lasagne kun je een gewone basistomatensaus gebruiken. Ik vind het zelf prettig om een stevige saus te hebben, dus veel groenten en vandaag ook ietsje meer gehakt. Daarnaast hoort er bij een lasagne bechamelsaus. Het kan zonder, maar mét maakt het echt af.
Voor het recept van vandaag heb je het volgende nodig:
500 gr gehakt
3 (grote) uien
2 teentjes knoflook
2 (rode) paprika's
3 wortels
1 courgette
1 blikje tomatenblokjes
1 pak gezeefde tomaten
1 bouillonblokje (rund)
italiaanse kruiden: oregano, tijm, beetje rozemarijn, peterselie, basilicum
paprikapoeder, tabasco, peper, zout
half doosje lasagnebladen
50 gr boter
50 gr bloem
500 ml melk
nootmuskaat, vers (ruikt lekker!) of uit een potje
50 gr (parmezaanse) kaas
Bak als eerste het gehakt mooi rul. De meeste gehaktsoorten zijn vet genoeg om zonder boter of olie te bakken. Zo niet, dan eerst even een scheutje olijfolie in de pan. Snipper ui en knoflook en voeg dit toe zodra het gehakt bruin is. Vervolgens worden wortels schoongemaakt en in dunne plakjes gesneden, paprika's in blokjes en courgette in kleine stukjes gesneden. Voeg ze een voor een toe en bak alles even aan. Daarna mogen de tomatenblokjes, gezeefde tomaten en het bouillonblokje erbij. Water toevoegen hoeft niet: er zit genoeg vocht in de pan.
Als je gedroogde kruiden gebruikt, kunnen die er direct bij in. Verse kruiden mogen juist aan het eind erbij. Paprikapoeder, tabasco, peper en zout kunnen wel direct in de pan. Het geheel even een kwartiertje laten sudderen op laag vuur. Ik vind het lastig aan te geven hoeveel kruiden er in gaan. Ik gooi altijd maar wat raak en proef. Er gaat dan vrijwel altijd nog wel wat bij. Zout en peper halen de smaak ook nog wat op. Zo maak je het elke keer zelf lekker. Deze keer had ik een vrij zoete variant door de hoeveelheid tomaten en wortel. Dan gaat er wat extra tabasco in om pit te geven.
Terwijl deze saus staat te sudderen kun je aan de slag met de bechamelsaus. Het is een eenvoudige saus, maar je moet wel goed opletten. De hoeveelheid boter en bloem kan eventueel een paar gram minder, of juist de hoeveelheid melk wat meer. Het ligt er maar aan hoe dik je de saus wilt hebben.
Je begint met boter smelten in een pannetje. Dat moet op laag vuur gebeuren, de boter mag niet bruin worden. Als de boter gesmolten is voeg je in een keer de bloem toe. Met een pollepel meng je het goed. Het mag even bakken en pruttelen. Wel af en toe blijven doorroeren. Zodra het mengsel wat droog wordt, giet je de helft van de melk erbij. Roer met een garde tot je een egaal mengsel krijg. Het dikt in zodra de melk wat warmte heeft. Voeg vervolgens zoveel melk toe tot je een mooie vla-dikke saus hebt. Als de saus klaar is kun je het op smaak brengen met nootmuskaat, peper en zout. Daarnaast kun je van het vuur af er nog een ei doorheen klutsen, of geraspte kaas. Ik heb het deze keer gewoon basic gehouden.
Dan begint het opstapelen: vet een ovenschaal in en begin met een dun laagje saus. Zorg ervoor dat de bodem helemaal bedekt is. Bedek de saus met een enkele laag lasagnebladen. Deze mogen elkaar niet overlappen, dan worden ze niet goed gaar. Laat liever een randje onbedekt, mocht het niet helemaal passen. Vervolgens herhaal je de laagjes saus en bladen, en eindig je met een laagje saus. Ik heb zo drie laagjes bladen en 4 laagjes saus. Tot slot giet je voorzichtig de bechamelsaus over de bovenste laag tomatensaus. Tot slot bedek je de schotel met een laagje geraspte kaas.
Dat ziet er dan zo uit.
De schotel moet 35-45 minuten in een voorverwarmde oven op 200 graden. Daarna kun je het gerust een minuutje of 10 op tafel zetten. Het blijft nog wel even heet. En dan begint het project 'lasagne-op-je-bord-zonder-dat-het-uit-elkaar-valt'. Succes!
maandag 7 december 2015
Feest = zelfgemaakte taarten!
Gisteren was het zover: ik ging mijn laatste jaar als twintiger in. Bij dat soort gelegenheden weiger ik taart te kopen. Die maak ik zelf. Liefst elke keer wat anders. Hoewel het wel onder lekker, maar zeker niet onder gewoon of gezond valt, vind ik een verjaardag een goede gelegenheid om het een en ander te delen van deze taarten. Geen van allen zelfbedacht, wel zelf uitgezocht en gemaakt :-)
De lekkerste van de drie is toch echt de Sinaasappelrijstevlaai.
Je staat er even voor in de keuken. Maar ingewikkeld is het zeker niet. Echt leuk om te zien hoe een sinaasappel eetbaar en te verwerken wordt nadat het twee uur in een pannetje heeft staan borrelen. Overigens staat nergens hoe groot de vlaaivorm moet zijn. Ik heb gewoon een springvorm van 28 cm gebruikt en had nog deeg over. Qua vulling was dit formaat ook prima. De garnering heb ik weggelaten. De taart wordt er een stuk minder goed houdbaar door en een klodder slagroom kan iedereen er ter plekke nog op krijgen.
De tweede taart was een walnoot-chocoladeplaatkoek
Ik gebruikte er een grote ovenschaal voor. Lekker, machtig en zoet. Ook een prima combi met bovenstaand taartje, aldus een schoonzus die het niet bij één kon laten.....
Als derde een normandische appeltaart
Ik heb eigenlijk altijd wel een appeltaart ertussen, want wat is een verjaardag zonder appeltaart? Deze taart heb ik nog niet zelf geproefd, maar ik heb geen klachten gehad...
De calvados heb ik vervangen door appelsap, wel van die extra lekkere. Maar of het dan nog zo normandisch is vraag ik me af. Wel vond ik dat de gelei die je maakt veel te veel is voor die paar kwastjes over de taart. Met de helft had je ook genoeg gehad.
Binnen 4 uur stonden deze 3 taarten klaar. Op naar zaterdag, dan probeer ik wellicht weer iets uit.
De lekkerste van de drie is toch echt de Sinaasappelrijstevlaai.
Je staat er even voor in de keuken. Maar ingewikkeld is het zeker niet. Echt leuk om te zien hoe een sinaasappel eetbaar en te verwerken wordt nadat het twee uur in een pannetje heeft staan borrelen. Overigens staat nergens hoe groot de vlaaivorm moet zijn. Ik heb gewoon een springvorm van 28 cm gebruikt en had nog deeg over. Qua vulling was dit formaat ook prima. De garnering heb ik weggelaten. De taart wordt er een stuk minder goed houdbaar door en een klodder slagroom kan iedereen er ter plekke nog op krijgen.
De tweede taart was een walnoot-chocoladeplaatkoek
Ik gebruikte er een grote ovenschaal voor. Lekker, machtig en zoet. Ook een prima combi met bovenstaand taartje, aldus een schoonzus die het niet bij één kon laten.....
Als derde een normandische appeltaart
Ik heb eigenlijk altijd wel een appeltaart ertussen, want wat is een verjaardag zonder appeltaart? Deze taart heb ik nog niet zelf geproefd, maar ik heb geen klachten gehad...
De calvados heb ik vervangen door appelsap, wel van die extra lekkere. Maar of het dan nog zo normandisch is vraag ik me af. Wel vond ik dat de gelei die je maakt veel te veel is voor die paar kwastjes over de taart. Met de helft had je ook genoeg gehad.
Binnen 4 uur stonden deze 3 taarten klaar. Op naar zaterdag, dan probeer ik wellicht weer iets uit.
Labels:
appel,
chocolade,
dessertrijst,
sinaasappel,
taart,
vlaai,
walnoten
Abonneren op:
Posts (Atom)






