woensdag 6 juli 2016

Hollands potje

Vandaag een recept dat al jaren op het menu staat bij ons. Niet bepaald mager, maar wel vet lekker.

boter
150 gr magere spekreepjes
250 gr rundergehakt
100 gr geraspte kaas
2 el (koffie)room
700 gr krieltjes, voorgekookt (of aardappels in krielformaat gesneden en voorgekookt)
700 gr bospeen, schoongemaakt
2-3 el zilveruitjes
2 el (groninger) mosterd
75 ml room

Doe het gehakt, de kaas en de room in een schaal en breng op smaak met wat zout. Draai er vervolgens kleine gehaktballetjes van.
Smelt een klont boter en bak daarin de spekreepjes knapperig.
Schep de spekjes uit de pan en laat ze uitlekken op een keukenpapiertje.
Bak in het achtergebleven vet de balletjes rondom bruin. De kaas gaat wat aan de bodem bakken, dat kun je zachtjes losroeren.
Snijd de bospeen in stukken van een cm of 3. Als de gehaktballetjes bruin zijn voeg je wortel en aardappel toe. Roer alles voorzichtig door elkaar. Doe vervolgens de deksel op de pan en laat een half uur stoven tot aardappel en wortel gaar zijn. Als het goed is komt er voldoende vocht vrij waar het in kan stoven.
Als alles gaar is voeg je zilveruitjes, mosterd, room en de uitgebakken spekjs toe. Warm het goed door. Eet lekker!

maandag 27 juni 2016

Wraps met bonenmix en guacamole

Het duurt even, maar dan komt er weer een blogje. Niet dat ik de afgelopen weken niet lekker gekookt heb. Maar wel een stuk minder en bovendien een stuk minder tijd om het te tikken voor het wereldwijde web. Gisteren had ik echter weer een heerlijke hatseflatsmaaltijd. Zo een waar je van alles uit je kast en koelkast trekt en dat het dan vervolgens heerlijk uitpakt. We aten wraps. En dat kan eigenlijk niet fout gaan. Deze keer met een potje bonenmix dat we ooit gekregen hadden. En zelfgemaakte guacamole. Ook bij guacamole heb je vele varianten, maar ik heb het gemaakt met spullen die ik op dit moment in huis had. Smullen!

Guacamole
1 avocado
1 teentje knoflook
1 halve ui
1 tomaat
2 tl citroensap (uit een flesje deze keer. Gewoon sap van een citroen of limoen is helemaal goed)
1 tl sambal
snufje zout en gehakte koriander

Ontdoe de avocado van schil en pit en prak met een vork alles fijn.
Snijd een teentje knoflook heel fijn en snipper de halve ui. Roer beide door de avocado.
Snijd de tomaat in blokjes en roer deze er ook door. Breng het geheel vervolgens op smaak met citroensap, sambal, zout en evt. wat koriander.

Wraps
(Voldoende voor 3-4 volwassenen)
1 pak tortillawraps
1 kipfilet
1,5 ui
1 rode paprika
125 gr champignons
400 gr tomatenblokjes
1 potje bonenmix (370 gr., van Hak, mais, kidneybonen en kikkererwten)
halve mango
paprikapoeder, cayennepeper (of chilipeper als je van lekker pittig houdt....)
paar blaadjes ijsbergsla

Snijd de kipfilet in blokjes en kruid ze met paprikapoeder, cayennepeper en wat zout.
Giet olie in een pan en bak de kip even aan.
Voeg een gesnipperde ui toe en bak even mee.
Snijd paprika in blokjes en champignons in plakjes en voeg ze ook toe.
Als alles goed is aangebakken voeg je tomatenblokjes en de bonenmix.
Ontdoe de mango van schil en pit. Snijd het in blokjes en voeg het ook toe.
Vervolgens breng je het geheel op smaak met paprikapoeder, cayennepeper en zout.
Ondertussen spreid je de tortilla's uit op een rooster of bakplaat en warm je ze even op in de oven.
Als alles warm is zet je wraps, bonenmix, blaadjes sla en guacamole op tafel.
En dan stapelen en vullen maar!





vrijdag 22 april 2016

Lentetaart met asperge en geitenkaas

Om een of andere reden kan ik tegenwoordig groene asperges niet laten liggen. Ik zie gelijk lekkere roerbakschotels en salades met groene asperges voor me. Niet dat ik beide varianten inmiddels gemaakt heb, maar het zorgt er wel voor dat ik met enige regelmaat met groene asperges thuiskom.
Zo ook deze week. Gisteren maakte manlief er een lekkere pasta van. Maar vandaag was er nog een bosje asperges over. Die moesten hoognodig op. Ik heb het een en ander bij elkaar in gedaan, en er ontstond een lekkere hartige taart. Met de eerste verse kruiden uit eigen tuin. Daar word je blij van!

Ingrediënten
5 plakken hartige taartdeeg
75 gr gerookte ham (vleeswaren) of iets als parmaham.
250 gr groene asperges
4 lente-uien
2 trostomaten
75 gr zachte geitenkaas
(verse) oregano, tijm, bieslook
4 eieren
100 ml slagroom
peper, zout

Vet een springvorm in of bedek met bakpapier. Bekleed deze met het ontdooide deeg en prik gaatjes in de bodem. Verwarm de oven voor op 180 graden.
Scheur of snijd de ham in stroken en bak deze even aan in een pan met een klontje boter.
Ontdoe de asperges van de houtachtige onderkant. Groene asperges hoef je niet te schillen. Snijd ze in stukken van zo'n 3 centimeter. Maak ook de bosui schoon en snijd ze in evengrote stukken. Voeg beide bij de ham en bak ze even mee.
Snijd de trostomaten in partjes en roerbak ze kort met de groenten.
Maak de verschillende kruiden goed schoon, haal ze van de takjes en snijd of scheur ze fijn. Ik had één tak tijm, zo'n 6 takjes oregano en een klein beetje bieslook. Roer deze kruiden op het laatst door de groenten en haal de pan van het vuur. Stort het geheel in de beklede springvorm.
Verkruimel de geitenkaas erover.
Klop de eieren los met slagroom, voeg peper en zout toe naar smaak (ook afhankelijk van de zoutheid van je ham), en giet dit alles over de taart.
De taart mag zo'n 35 minuten op 180 graden bakken in de oven.
Het resultaat deed me denken aan de lente. Zou het komen door de lente-ui, door de eerste kruiden uit de tuin, of door het weertje buiten? In ieder geval heb ik het tot lentetaart gedoopt.


zondag 10 april 2016

Goulashsoep

Vandaag hadden we een gezamenlijke lunch in de kerk. Op het menu de o zo zondagse soep met broodjes. Nu had ik op het werk al een paar keer een lekkere goulashsoep gegeten. Voor mij stond het dus vast: ik ging goulashsoep maken. In de vriezer zat nog een soepbot met vlees. Dat werd dus ook een zelfgetrokken bouillon. Je bent er dan wel een hele morgen mee zoet, maar dan heb je ook wat.

Voor de bouillon heb je nodig:

2 liter water
250 gr soepbot met vlees
1 ui, grofgehakt
3 laurierblaadjes
3 peperkorrels
1 tl foelie
4 tl zout

Breng dit alles samen langzaam aan de kook en laat het een uurtje of twee borrelen.
Daarna door een zeef gieten. Soepbot en laurier heb ik er uit geplukt om vervolgens weer in de soep te gebruiken.

Goulashsoep:
2 liter zelfgetrokken bouillon
vlees van het soepbot
3 laurierblaadjes (Van de bouillon)
2 wortels, schoongemaakt en in plakjes gesneden
2 paprika's, rood en geel, in blokjes
150 gr champignons, in plakjes. Ik gebruikte zowel witte als kastanje.
klontje boter
1 ui, gesnipperd
3 teentjes knoflook, fijngehakt
250 gr wokreepjes
2 el paprikapoeder
1 blik tomatenblokjes
1 blikje tomatenpuree
snufje cayennepeper, snufje komijn,
2 tl tijm, 2 tl oregano
1 middelgrote aardappel, geschild en in blokjes
bindmiddel, ik gebruikte aardappelzetmeel

Breng de bouillon aan de kook, voeg het soepvlees, laurier, wortels, paprika's en champignons toe.
Smelt het klontje boter in een koekenpan en bak hierin het wokvlees aan. Voeg ui en knoflook toe en roerbak even mee. Daarna 2 el paprikapoeder erbij en laten meebakken. Als het vlees is gegaard, voeg je het mengsel toe aan de soep. Giet wat water in de koekenpan en roer alle aanbaksels en paprikapoeder los en voeg dit ook toe aan de soep.
Daarna mogen tomatenblokjes, -puree en specerijeen en kruiden de pan in. Voeg tot slot de aardappelblokjes toe en laat de soep nog een half uurtje zachtjes koken. Breng de soep verder op smaak met de gebruikte kruiden, specerijen en nog wat zout.
Tot slot gaf ik de soep een lichte binding, door wat aardappelzetmeel toe te voegen. Dit kun je ook vervangen door wat bloem toe te voegen bij het vlees bakken.
Eet lekker!

maandag 21 maart 2016

Spinazietaart met zoete-aardappelkorst

Vandaag heb ik een lekkere variant op de overbekende spinazietaart gevonden. De (vries)kast bood mij onder andere zoete aardappels en spinazie aan. Ik kwam op het wereldwijdeweb een taart tegen waarbij de zoete aardappel als bodem werd gebruikt. Een derde variant dus, naast bladerdeeg en gewone aardappelschijfjes als bodem.
De combi van spekjes en zoete aardappel is erg lekker. En dan die kleurtjes: diepgroen van de spinazie met knaloranje....wat wil een mens nog meer? Onze kleine meneer weigerde desondanks om er wat van te proeven. Maar na één hap - onder dwang - was hij om. Na drie hapjes koos hij toch voor een schaal bananenijs. Daarna ging alsnog zijn hele bord met spinazietaart erachteraan. Een unicum in huize Wijnalda.


Dit kwam uit de kast:
2 zoete aardappels
+/- 700 gr diepvriesspinazie
1 ui
150 gr gerookte spekreepjes
6 krieleitjes = 4 normale eieren
100 gr geraspte kaas
peper, zout

Schil de zoete aardappels en snijd ze in zo dun mogelijke plakjes. Bekleed hiermee een ingevette ovenschaal. Dat wil het gemakkelijkst als de wanden van de schaal iets schuin naar buiten lopen. Geen springvorm dus. Het is niet erg als de schijfjes elkaar overlappen of er meerdere lagen over elkaar zitten. Zet de ovenschaal 10 min in een voorverwarmde oven op 200 graden.
Ontdooi ondertussen de spinazie. Snipper een ui en bak deze samen met de spekreepjes in de koekenpan. Meng het daarna met de spinazie. Roer de geraspte kaas erdoor. Na de 10 minuten haal je de ovenschaal uit de oven en je vult het verder af met het spinaziemengsel. Klop de eieren los met wat peper en zout en giet deze over de hele schotel. Roer voorzichtig het eimengsel wat door de spinazie, het heeft anders de neiging er bovenop te blijven drijven.
Daarna mag de schotel 35 min in de oven garen, wederom op 200 graden. Eet lekker!



zaterdag 12 maart 2016

Preisoep met kerrie (vegetarisch)

Zaterdag is bij ons met enige regelmaat patatdag. Maar ik ben wel een beetje uitgekeken op patat. Veel bijzonders hadden we ook niet in huis, dus het was een kwestie van kasten, vrieskast en koelkast plunderen. Het eten was dan ook een samenraapseltje, maar het voelde als een zondags maal (dat komt vast door de soep). Behalve onderstaand soepje aten we een gegrilde visfilet, met een dillesaus die we nog in vriezer hadden. Daarbij nog aardappeltjes uit de oven. Daar krijg ik nooit genoeg van.

De preisoep heb ik op smaak gebracht met kerrie. Dat leek me lekker met de paprika. Mosterd is een andere variant. Of je doet er gewoon een scheut room in en maakt het af met spekjes, kip, of bacon.

Inhoud:
Klontje boter
2 preien
2 aardappels, middelgroot
2 zoete puntpaprika's
750 ml groentebouillon (van 1 tablet)
1,5 el kerrie

Snijd de prei in ringentjes en was ze goed. Laat even uitlekken. Schil de aardappelen, snijd ze in kleine blokjes. Smelt boter in een soeppan, voeg preiringen en aardappelblokjes toe en roerbak ze even. Was en snijd de paprika's in ringen en bak even mee. Voeg vervolgens kerrie toe en roer dit goed door de groenten. Het gaat wat aan de bodem vastbakken, dat is geen probleem, dat roer je straks weer los. Als het lekker gebakken heeft, voeg je de bouillon toe en breng je het geheel aan de kook. Schraap even goed over de bodem zodat alle vastgebakken kerrie weer door de soep geroerd wordt. Vervolgens de soep een minuut of 10 laten koken. Voor een gebonden soep ga je er nu met de staafmixer door tot alles glad is. Bij ons vooral een tactische zet: de kinderen zien er geen 'rare sliertjes' en 'vieze paprika' meer in en hebben, ondanks de flinke pit er heerlijk in zitten eten! Je zou eventueel voor het mooie beeld wat preiringetjes en paprikareepjes over kunnen laten en over de soepkommen verdelen.

maandag 22 februari 2016

Stamppot ratjetoe

Bij ons is het zelden kliekjesdag. Of het eten gaat op, of er is zoveel over dat het de vriezer in gaat. Wel heb ik erg vaak restjes verse groenten over. Prei, wortel, paprika, champignons, enz. Vandaag was zo'n dag met wat restjes groenten die verwerkt moesten worden. Daarnaast vond ik het hoog tijd om de eerste preien uit de tuin te proberen. Al maanden geleden had ik eens een prei van het formaat bosui er uit getrokken. Maar laatst ontdekte ik zowaar enkele stengels die hun best deden prei te lijken. Vandaag waren ze aan de beurt en trok ik ze uit de klei, om de restjesstamppot op te leuken.

De stamppot werd vandaag gekookt zonder zelfs maar een blik op internet. Dat gebeurt zelden. Althans, het gebeurt zelden dat er dan iets blogwaardigs op tafel staat. Meestal doe ik toch ideeën op van google die ik vervolgens combineer. Maar ik moet zeggen dat deze creatieve, internetloze uitspatting van mij goed gelukt is. Een vrolijke stamppot om te zien!

Dit trek je uit de kast:
750 gr aardappelen
200 gr zoete aardappel
250 gr winterwortel
3 miezerige preistengels uit eigen tuin, of 1 fatsoenlijk grote
100 gr doperwten
1,5 el fijne mosterd
scheut melk
peper, zout

Schil de aardappel, zoete aardappel en winterwortel. Snijd ze allen in kleinere stukken en zet ze in een pan, half onder water, op het vuur. Breng aan de kook en kook ze 20-25 min, tot alles gaar is. Giet af.
Maak intussen de prei schoon, snijd het in ringetjes en bak ze in een koekenpan in een klontje boter. Voeg ook de doperwten toe en verhit het geheel tot alles gaar is.
Stamp het aardappel-wortelmengsel met een scheut melk en de mosterd tot een lekkere grove puree. Roer de groene groenten er goed doorheen en breng op smaak met wat peper en zout.
Wij aten er een visje bij, maar zonder was het ook een prima maaltijd geweest.

vrijdag 5 februari 2016

Pastei van wortel en spruitjes

Vandaag wachten er wat restjes groenten om verwerkt te worden. Nou ja, het is een halve kilo spruitjes en een halve kilo wortels, die beide niet al te lang meer hebben. Nu lees ik regelmatig dat kliekjes goed in een pastei verwerkt kunnen worden. Dus ik heb een en ander gegoogeld, wat recepten gelezen en vervolgens mijn eigen pastei in elkaar geflanst. En het is goedgekeurd, dus bij deze mag hij het wijde web op.

Voor het deeg:
150 gr bloem
90 gr koude roomboter
snuf zout
scheut koud water

voor de vulling:
300 gr gehakt
1 ui
1 teentje knoflook
500 gr winterpeen
500 gr spruitjes
100 gr champignons
flesje bier
tijm
bouillonblokje
plak ontbijtkoek
evt zout, peper
gedroogd chilipepertje, of chilipoeder/sambal
evt maizena
olie
1 eidooier

Maak eerst het deeg. Dit gaat het snelst door bloem, zout en blokjes boter in een keukenmachine (een hakselaar) te doen en even flink te hakselen. Binnen no time heb je een kruimelig deeg. Daarna een scheutje koud water erbij, weer even aanzetten en vervolgens kneden tot een bal. Is het te droog, dan nog wat water. Is het te nat, dan ietsje bloem erbij. Vervolgens minstens een uur wegzetten in de koelkast.

In een grote pan bak je het gehakt rul. Je snijdt ui en knoflook fijn en voegt deze toe. Daarna worden de wortels schoongemaakt en in plakjes gesneden. Als het gehakt mooi gebakken is, mag de wortel erbij. Daarna ondergaan de spruitjes dezelfde behandeling: schoonmaken en de pan in. Vervolgens de champignons erachter aan. Even bakken allemaal. Dan mag er een heel flesje bier in. Donkere biertjes geven extra smaak aan het gerecht, maar bij gebrek aan voorraad donkerbier heb ik een doodgewoon HertogJannetje er in gedaan. Bouillonblokje erbij en even kijken of er genoeg vocht in zit. Ik heb nog zo'n 150 ml vocht toegevoegd. Ook de tijm mag er nu bij in. Hoeveel? Geen idee, ik gooi altijd wat raak. Een halve eetlepel of iets dergelijks. De deksel mag nu op de pan en het kan een half uurtje sudderen.
Als de groenten beetgaar zijn mag de plak ontbijtkoek er over gekruimeld worden. Dit geeft een zoet smaakje en tegelijk binding aan het gerecht. Op smaak brengen met peper en zout. Ik voegde ook wat chilipepertjes toe. Dat had ik beter bij één kunnen laten. Het was bij tijden flink pittig. Die pit kan het wel hebben, maar je moet er wel van houden. Als het vocht nog niet voldoende gebonden is, dan kun je een eetlepel maizena aanmaken met wat water en dat toevoegen. Vervolgens mag het vuur uit.
Vet een ovenschaal in en doe het groentengehaktmengsel erin. Rol het deeg dun uit, tot het iets groter is dan de ovenschaal. Klop de eidooier los, smeer de randen waar het deeg komt in met ei. Vervolgens leg je het deeg over de groenten en drukt de randen goed aan. Het geeft niet als wat overtollig deeg op elkaar gedrukt wordt, zolang het geen dikke klonten zijn. Zorg dat alle randen goed gesloten zijn.
Vervolgens kwast je de eidooier over de bovenkant en snijd je in het midden een kruisje, zodat hete lucht kan ontsnappen.
De pastei mag nu 40 minuutjes op 180 gr in de oven staan garen en bruin worden. Is het dakje mooi gekleurd, dan kan het de oven uit! Eet lekker!
Een slechte foto van toch wel een erg lekkere maaltijd


maandag 25 januari 2016

Rijst met kipkerriesaus en peultjes

Toen ik nog lief en klein was mochten we kiezen wat we wilden eten op onze verjaardag. Ik koos altijd voor rijst met krenten met een lekker botersausje en een laag suiker. Dat werd door de ene helft van de familie zeer gewaardeerd. De andere helft moest er niet aan denken. Om het toch enigszins feestelijk te houden voor de hele familie, kookte mijn moeder ook vaak een pan rijst met kerriesaus. Toen bijna net zo lekker als rijst met krenten.
Inmiddels is mijn waardering voor rijst met krenten iets afgenomen. Kerriesaus gaat er echter nog goed in. Vandaag staat het daarom in een eigen versie op tafel. Met een flinke dosis peultjes erin. Alternatieven zijn er natuurlijk ook. Neem bijvoorbeeld sperzieboontjes, taugé, wortel of doperwtjes.

Ingrediënten:
500 gr peultjes
scheut olie
1 kipfilet
1 sjalot of gewone ui
1 teentje knoflook
1 rode paprika
100 gr champignons
2 flinke eetlepels kerriepoeder
3 el bloem
0,5 l bouillon, kip of groente, van een tablet
kwart verse ananas
1 tl chilisaus
1 kopje (zilvervlies)rijst

Maak de peultjes schoon en kook ze eventjes, een minuut of 2-3.
Kook de rijst en zet deze apart.
Snijd de kipfilet in blokjes, verhit de olie en bak de kip aan.
Snijd ondertussen de sjalot en knoflook en voeg deze toe.
Daarna mogen paprika en champignons op de snijplank en vervolgens in de pan.
Strooi de kerriepoeder erover en bak het lekker mee. Het goedje gaat waarschijnlijk aan de bodem zitten. Dat geeft niets, zolang het niet aanbrandt.
Als alles wat gegaard is, mag de bloem erover. Ook dat moet even bakken.
Giet dan de bouillon toe. Roer goed door, en schraap de bodem leeg. Zodra het kookt gaat de saus binden.
Ontdoe de ananas van boven en onderkant en snijd vervolgens de schil af. De 'stekeltjes' ook goed wegsnijden. Daarna in kwarten en de kern verwijderen. Die is namlijk niet te eten. Een kwart van de ananas snijd je in blokjes en doe je in de pan. Dan mogen ook de peultjes erbij. Vervolgens is het een kwestie van op smaak brengen. Met kinderen aan tafel is 1 tl chilisaus voldoende. Houd je van pit, dan doe je er nog een paar extra in.
Serveren met rijst en smakelijk eten!




maandag 4 januari 2016

oosterse spruitjes met pindasaus (vegetarisch)

Nieuw jaar, nieuwe voornemens. En voor mij is zo'n voornemen: koken met meer groenten en minder vlees. Nu eten we al veel groenten, dus ik denk dat vooral minder vlees een uitdaging wordt. Ik ben zo'n vleesfanaat die een vleesloze maaltijd toch vaak wat saai vindt. Zelfs als ik er iets briljants van maak. Maar goed, we beginnen vol goede moed. Vandaag spruitjes op het menu. Dat eten we vaak. En dat is handig, want ze zitten vol vitamine C. Goed voor je weerstand!
Ik gebruikte het volgende.

Voor de spruitjes:
500 gr spruitjes, schoongemaakt
scheutje zonnebloemolie
2 uien
1 teentje knoflook
2 paprika's
150 gr champignons
2 tl sambal
ketjap
peper, zout,
basmatirijst (1 kopje is voldoende voor ons gezin)
1 hand cashewnoten (ongezouten)

Voor de pindasaus:
2 el zonnebloemolie
1 teentje knoflook
1 tl uienpoeder (of 1 zeer fijngehakte ui)
6 el pindakaas
water (100-300 ml)
1 tl bruine suiker
1 tl citroensap
2 el ketjap
2 tl sambal
1 tl serehpoeder
mespuntje trassi

De spruiten worden klaargemaakt in de wok. Dat neemt nogal wat ruimte in op doorsnee gasfornuizen. Bij mijzelf past er bijvoorbeeld alleen maar een klein pannetje naast. Het vraagt wat planning om dan alles te koken. In dit gerecht kan eigenlijk alles vooraf gekookt worden. Pindasaus en rijst kunnen prima even staan.

Aan de slag:
Kook de basmatirijst volgens de verpakking en zet het na het afgieten met een deksel op de pan weg.

Voor de satesaus snijd je een teentje knoflook heel fijn. Pak een pan met een dikke bodem, of zet het op een vlamverdeler, want de saus bakt snel aan. Doe olie in de pan, voeg de knoflook (en fijngehakte ui) toe en bak even kort. Voeg uienpoeder toe en de pindakaas. Laat het even bakken. Daarna voeg je een scheutje water toe, tot het de gewenste dikte heeft. Dat klinkt raar, want het is in het begin juist dun. Maar door het toevoegen van wat water wordt het dik. Doe het scheutje voor scheutje, zodat de saus niet alsnog te dun wordt. Als de saus de juiste dikte heeft voeg je de overige ingrediënten toe. En dan even een minuut of 10 laten pruttelen.
Bij ons gebeurt het regelmatig dat de saus gaat schiften: er komt een laag olie bovenop drijven. Het ziet er niet uit, maar de smaak is er niet minder om. Sterker nog: in sommige landen meent men dat dit het des te lekkerder maakt, aldus wikipedia. Je kunt er een scheutje melk aan toevoegen. Dat bindt het geheel weer. Niet meer laten koken en voor gebruik nog eens doorroeren.
Heb je al die ingrediënten niet in huis? Met alleen olie, pindakaas, water, knoflook en ketjap kom je ook een heel eind!

Dan de spruitjes:
Kook de spruitjes 5 minuten voor. Snipper ui en knoflook. Snijd paprika's en champignons. Zet een wok op het vuur, voeg olie toe zodra het heet is en bak de ui en knoflook kort aan. Vooral niet te lang, knoflook wordt er niet beter van... Voeg daarna paprika en champignon toe en roerbak het geheel een aantal minuten. Een scheutje ketjap, 2 tl sambal en wat zout maken het gerecht lekker op smaak. Daarna de spruitjes erbij, even meebakken en tot slot een hand (of 2 :-) ) cashewnoten erover heen.





Eet lekker!



dinsdag 29 december 2015

Lasagne met bechamelsaus

Het is al weer even geleden dat ik een recept deelde. December was een drukke maand, ook met koken. Ik heb veel gekookt en bijna nog meer gebakken. Een stuk of 8 taarten/koeken binnen twee weken (nee, niet allen zelf opgegeten). Daarnaast nog wat hartige taarten en ovenschotels. De oven heeft overuren gedraaid. En ook gisteren zette ik 'm nog een keer weer aan. Voor lasagne deze keer. Dat recept mag natuurlijk niet ontbreken op de blog.
Voor lasagne kun je een gewone basistomatensaus gebruiken. Ik vind het zelf prettig om een stevige saus te hebben, dus veel groenten en vandaag ook ietsje meer gehakt. Daarnaast hoort er bij een lasagne bechamelsaus. Het kan zonder, maar mét maakt het echt af.

Voor het recept van vandaag heb je het volgende nodig:
500 gr gehakt
3 (grote) uien
2 teentjes knoflook
2 (rode) paprika's
3 wortels
1 courgette
1 blikje tomatenblokjes
1 pak gezeefde tomaten
1 bouillonblokje (rund)
italiaanse kruiden: oregano, tijm, beetje rozemarijn, peterselie, basilicum
paprikapoeder, tabasco, peper, zout
half doosje lasagnebladen
50 gr boter
50 gr bloem
500 ml melk
nootmuskaat, vers (ruikt lekker!) of uit een potje
50 gr (parmezaanse) kaas

Bak als eerste het gehakt mooi rul. De meeste gehaktsoorten zijn vet genoeg om zonder boter of olie te bakken. Zo niet, dan eerst even een scheutje olijfolie in de pan. Snipper ui en knoflook en voeg dit toe zodra het gehakt bruin is. Vervolgens worden wortels schoongemaakt en in dunne plakjes gesneden, paprika's in blokjes en courgette in kleine stukjes gesneden. Voeg ze een voor een toe en bak alles even aan. Daarna mogen de tomatenblokjes, gezeefde tomaten en het bouillonblokje erbij. Water toevoegen hoeft niet: er zit genoeg vocht in de pan.
Als je gedroogde kruiden gebruikt, kunnen die er direct bij in. Verse kruiden mogen juist aan het eind erbij. Paprikapoeder, tabasco, peper en zout kunnen wel direct in de pan. Het geheel even een kwartiertje laten sudderen op laag vuur. Ik vind het lastig aan te geven hoeveel kruiden er in gaan. Ik gooi altijd maar wat raak en proef. Er gaat dan vrijwel altijd nog wel wat bij. Zout en peper halen de smaak ook nog wat op. Zo maak je het elke keer zelf lekker. Deze keer had ik een vrij zoete variant door de hoeveelheid tomaten en wortel. Dan gaat er wat extra tabasco in om pit te geven.

Terwijl deze saus staat te sudderen kun je aan de slag met de bechamelsaus. Het is een eenvoudige saus, maar je moet wel goed opletten. De hoeveelheid boter en bloem kan eventueel een paar gram minder, of juist de hoeveelheid melk wat meer. Het ligt er maar aan hoe dik je de saus wilt hebben.
Je begint met boter smelten in een pannetje. Dat moet op laag vuur gebeuren, de boter mag niet bruin worden. Als de boter gesmolten is voeg je in een keer de bloem toe. Met een pollepel meng je het goed. Het mag even bakken en pruttelen. Wel af en toe blijven doorroeren. Zodra het mengsel wat droog wordt, giet je de helft van de melk erbij. Roer met een garde tot je een egaal mengsel krijg. Het dikt in zodra de melk wat warmte heeft. Voeg vervolgens zoveel melk toe tot je een mooie vla-dikke saus hebt. Als de saus klaar is kun je het op smaak brengen met nootmuskaat, peper en zout. Daarnaast kun je van het vuur af er nog een ei doorheen klutsen, of geraspte kaas. Ik heb het deze keer gewoon basic gehouden.

Dan begint het opstapelen: vet een ovenschaal in en begin met een dun laagje saus. Zorg ervoor dat de bodem helemaal bedekt is. Bedek de saus met een enkele laag lasagnebladen. Deze mogen elkaar niet overlappen, dan worden ze niet goed gaar. Laat liever een randje onbedekt, mocht het niet helemaal passen. Vervolgens herhaal je de laagjes saus en bladen, en eindig je met een laagje saus. Ik heb zo drie laagjes bladen en 4 laagjes saus. Tot slot giet je voorzichtig de bechamelsaus over de bovenste laag tomatensaus. Tot slot bedek je de schotel met een laagje geraspte kaas.
Dat ziet er dan zo uit.

De schotel moet 35-45 minuten in een voorverwarmde oven op 200 graden. Daarna kun je het gerust een minuutje of 10 op tafel zetten. Het blijft nog wel even heet. En dan begint het project 'lasagne-op-je-bord-zonder-dat-het-uit-elkaar-valt'. Succes!

maandag 7 december 2015

Feest = zelfgemaakte taarten!

Gisteren was het zover: ik ging mijn laatste jaar als twintiger in. Bij dat soort gelegenheden weiger ik taart te kopen. Die maak ik zelf. Liefst elke keer wat anders. Hoewel het wel onder lekker, maar zeker niet onder gewoon of gezond valt, vind ik een verjaardag een goede gelegenheid om het een en ander te delen van deze taarten. Geen van allen zelfbedacht, wel zelf uitgezocht en gemaakt :-)

De lekkerste van de drie is toch echt de Sinaasappelrijstevlaai.
Je staat er even voor in de keuken. Maar ingewikkeld is het zeker niet. Echt leuk om te zien hoe een sinaasappel eetbaar en te verwerken wordt nadat het twee uur in een pannetje heeft staan borrelen. Overigens staat nergens hoe groot de vlaaivorm moet zijn. Ik heb gewoon een springvorm van 28 cm gebruikt en had nog deeg over. Qua vulling was dit formaat ook prima. De garnering heb ik weggelaten. De taart wordt er een stuk minder goed houdbaar door en een klodder slagroom kan iedereen er ter plekke nog op krijgen.

De tweede taart was een walnoot-chocoladeplaatkoek
Ik gebruikte er een grote ovenschaal voor. Lekker, machtig en zoet. Ook een prima combi met bovenstaand taartje, aldus een schoonzus die het niet bij één kon laten.....

Als derde een normandische appeltaart
Ik heb eigenlijk altijd wel een appeltaart ertussen, want wat is een verjaardag zonder appeltaart? Deze taart heb ik nog niet zelf geproefd, maar ik heb geen klachten gehad...
De calvados heb ik vervangen door appelsap, wel van die extra lekkere. Maar of het dan nog zo normandisch is vraag ik me af. Wel vond ik dat de gelei die je maakt veel te veel is voor die paar kwastjes over de taart. Met de helft had je ook genoeg gehad.

Binnen 4 uur stonden deze 3 taarten klaar. Op naar zaterdag, dan probeer ik wellicht weer iets uit.

maandag 30 november 2015

Bietjessalade met geitenkaas

We eten met enige regelmaat bietjes. Bij voorkeur een bietenrisotto. Daarvoor gebruik ik voorgekookte bietjes uit zo'n zakje. Een stuk of vier bietjes waar je bijna geen werk meer aan hebt. Toen ik verse roodeschoolse bietjes uit de tuin kreeg aangeboden aarzelde ik wel even. Ik hoor mijn moeder nog mopperen op de berg werk, het eindeloze koken en de vieze pannen....
Maar aangezien ik fan van vers ben, vond ik dat ik niet moest zeuren en dit toch eens moest proberen. Zo gedacht, zo gedaan. En nu hoor je mij niet meer zeuren.... Het is helemaal niet superveel werk. Als je het tenminste op de volgende manier aanpakt.

Leg de bieten in een bak met water. Verwijder vervolgens loof en wortel en boen ze met bijv. een schuursponsje goed schoon. Leg vervolgens elke biet op een stuk aluminiumfolie, groot genoeg om de biet volledig mee in te pakken. Doe er een paar draaien peper en zout over, vouw de pakketjes dicht en zet ze op een bakplaat een uur in de oven op 200 C. Na tijd even laten afkoelen tot ze vast te pakken zijn. Vervolgens pak je een paar handschoenen als je niet van vieze handen houdt. Met een schilmesje trek je daarna zo de velletjes van de bieten en zijn de bieten te eten of te verwerken.
Het is inderdaad meer werk dan een plastic pakje openknippen of een pot legen. Maar daartegenover staan verse, lekkere, beetgare bietjes!

En nu dan de salade. Daarvoor heb je uiteraard bietjes nodig. Ik weet niet precies hoeveel ik er gebruikt heb. Stuk of 4 grote en wat kleintjes. Verder nog:
100 gr zachte geitenkaas
handje hazelnoten
4 el olijfolie
2 el balsamicoazijn
1 el honing
peper en zout

Snijd de bietjes in dunne plakjes en evt nog een keer doormidden. Verkruimel de geitenkaas erover. Rooster intussen de hazelnoten in een hete, droge koekenpan. Na afkoelen verdeel je ze over de salade. Doe olie, azijn en honing in een schaaltje. Doe er een paar draaien peper en zout bij en klop het geheel tot een mooie dressing. Deze giet je over de salade.
Wel even wachten met het door elkaar scheppen van de salade, want anders verdwijnt dat mooie plaatje van dieprode bietjes met witte geitenkaas en nootjes. Dat kan aan tafel nog wel.
Houd je van rucola, dan kun je daar ook nog wat van toevoegen. Wij hadden het niet in huis, maar het combineert wel goed.

Wij aten deze salade met ovenaardappeltjes met tijm. Voor een recept daarvan, kijk bij ovenaardappeltjes.

dinsdag 24 november 2015

Goed gevulde koek

Ik ben gek op zoete tussendoortjes. In mijn gezonde fases laat ik het bij ontbijtkoek. Dat is voor mijn idee heel gezond, totdat je het etiket leest.....
Een tijd geleden kreeg ik bij een kop koffie zelfgebakken koek geserveerd. Lekker dat het was! En hij was ook nog eens zonder toegevoegde suikers. Ik kreeg het recept toegestuurd en vandaag besloot ik het uit te proberen. Nu bleek ik veel niet in huis te hebben. Dus het is een beetje gooi-en-smijtwerk geworden op basis van andermans recept. Het is aangepast naar mijn eigen idee. Het origineel komt van de site Koken zonder e-nummers.

220 gr bloem/tarwebloem
100 gr havermout
50 gr walnoten, gepeld, in stukjes gehakt
50 gr rozijnen
1 zakje bakpoeder (16 gr, dr Oetker Backin)
snufje zout
klontje zachte roomboter
50 gr honing
170 gr appelstroop
3 tl kaneel
190 ml melk
1 appel

Verwarm de oven voor op 160 gr.
Roer alles, behalve de appel, door elkaar. Doe het mengsel in een ingevet cakeblik van 26-28 cm. Schil de appel en snijd deze in dunne partjes. Steek deze in de koek.
Bak de koek 45 min op 160 gr. Controleer met een prikker of de koek gaar is. Daarna op een rooster storten en af laten koelen. Het resultaat is een heerlijke koek, met noten en fruitvulling en een knapperig korstje.



zondag 15 november 2015

Hongaarse goulash

Sinds een maandje hebben we een stuk koe in de vriezer. Geslacht, dat wel. Maar daar zitten lekker veel stukken stoofvlees bij. Een zondagmiddag vind ik een mooi moment om uitgebreid te koken en stoofpotjes te maken.
Ik heb ervoor gekozen om deze keer goulash te maken. Ik vond dat altijd superlekker. Toen er eens een hongaarse kwam studeren in Kampen, heb ik dan ook direct gevraagd om het enige echte hongaarse recept voor goulash. Dat bleek dus niet te bestaan. Iedereen maakt het op zijn eigen manier. Als je op internet zoekt naar recepten zie je dat ook terug. Met of zonder wortel, met of zonder tomaten, met varkensvlees, runderlappen of kip, en evt nog spek. Geserveerd met brood, aardappel of rijst.
Wat er dan wel in moet? (Stoof)vlees, tomatenpuree/blokjes, paprika, paprikapoeder, ui en laurier. Verder is karwijzaad een toevoeging die eigenlijk niet mag ontbreken. Van mijn hand een uitgebreide versie waarvoor je echt even in de keuken moet staan. Maar moeilijk is het zeker niet.

Ingrediënten:
Klontje boter
3 uien, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
600 gr runderstooflappen
150 gr gerookt spek, in blokjes (of spekreepjes)
3 paprika's (twee rode, 1 gele), in blokjes
1 blikje tomatenpuree
500 ml runderbouillon
1 el pittige paprikapoeder (bij gewone paprikapoeder ook een snufje chilipoeder toevoegen)
1 tl karwijzaad
snufje gemalen komijn
2 laurierblaadjes
500 gr tomaten (of een blikje tomatenblokjes)
3 aardappeltjes, geschild en in blokjes

Neem een mooie braadpan (echt, dat verdient dit gerecht zeker) en smelt daarin een klontje boter. Bak de gesnipperde ui en knoflook zachtjes aan. Snijd ondertussen de runderlappen in blokken, verwijder daarbij de dikste vetranden. Zet het vuur wat hoger en voeg de runderlappen toe. Bak ze aan alle kanten mooi bruin. Voeg daarna ook het spek toe en bak even mee.
Als het vlees is aangebraden mag het vuur weer wat omlaag. De paprikablokjes kunnen erbij. Nadat deze even hebben gebakken doe je de tomatenpuree, paprikapoeder, karwijzaad, laurierblaadjes en komijn erbij. Je voegt ook zoveel bouillon toe dat het vlees net onder staat. Breng het aan de stoof.
Gedurende de hele stooftijd voeg je bouillon toe als het vlees te droog komt te staan. 
Kook een ruime hoeveelheid water. Snijd de tomaten kruislings in, leg ze in een schaal en overgiet deze met het kokende water (ze moeten allemaal onder staan). Na een halve minuut gooi je het hete water uit de schaal en laat je er zo snel mogelijk koud water over stromen. Daarna verwijder je gemakkelijk alle velletjes. Snijd de tomaten in blokjes en voeg ze toe. Ze zullen vocht loslaten, dus wees even voorzichtig met bouillon toevoegen. Ook de aardappeltjes kunnen er nu bij. Laat het geheel hierna nog zo'n 2,5 uur stoven.
Van huis uit eten we het met rijst. Dus ook ik heb er een pannetje rijst bij gekookt. En dan, na 3 uur op het fornuis, even genieten van een warm stoofpotje!


zaterdag 14 november 2015

Pepernoten met speculaaskruidenrecept.

Oké, pepernoten vallen absoluut niet onder gezond. Volgens sommigen ook niet onder lekker. Maar omdat ons meisje een baksetje kado kreeg en dat echt eens moest uitproberen, omdat KNRM in de Eemshaven Sint veilig aan wal heeft gezet en omdat je geen jaar het pepernoten bakken kunt laten voorbij gaan. Daarom. Nu had ik uiteraard gewoon speculaaskruiden in de kast staan. MAAR daar zit geen peper in. Goede reden toch, om zelf wat samen te gaan stellen?

Pepernotenkruiden:
(in delen, specerijen afwegen is in kleine hoeveelheden niet handig)
1 deel witte peper
1 dl gemberpoeder
1 dl kardemom
1 dl gemalen korianderzaad
2 dl kruidnagelpoeder
2 dl nootmuskaat
8 dl kaneel

Pepernotenrecept (voor 3 bakplaten, +/- 150 pepernoten)
200 gr roomboter, op kamertemperatuur
250 gr bruine basterdsuiker
snufje zout
2 el speculaaskruiden
500 gr zelfrijzend bakmeel
+/- 5 el melk

Meng de boter met suiker, zout en kruiden. Als alles goed gemengd is, voeg je het bakmeel in kleine beetjes toe. Meng nogmaals alles goed. Er ontstaat een vrij droog, kruimelig mengsel. Voeg kleine beetjes melk toe, tot het een smeuïg deeg wordt. Het moet goed aan elkaar kleven, maar niet aan je handen. Voeg desnoods nog wat meel toe, tot het de juiste verhoudingen heeft.
Zet het deeg minimaal 20 min. in de koelkast. Zo stijft het weer wat op en is het beter rolbaar. Ook kunnen de specerijen het deeg goed doortrekken. Vet ondertussen bakplaten in (of gebruik bakpapier). De oven moet voorverwarmd worden op 160 graden.
En voor wie nog niet weet hoe vervolgens de pepernoot gemaakt moet worden: neem een klein plukje deeg. (Na het bakken is het formaat 2x zo groot!). Rol het deeg tussen beide handen tot een balletje. Leg het op de bakplaat en druk iets plat. Houd enige afstand tussen de pepernoten, ze groeien in de oven. Bakplaat vol? Dan een kwartier in de oven, of iets langer als je grote pepernoten hebt gemaakt.
klein komt bij ons niet voor....

We maakten ook een minibakplaatje met speculaasjes. Hoewel een speculaasrecept iets andere verhoudingen kent en geen melk bevat, zijn ze best lekker!




donderdag 29 oktober 2015

Pompoensoep

Voor de Zussendag van onze kerk heb ik onder andere een workshop met pompoen georganiseerd. Zo'n pompoen gaat uitgehold worden voor decoratieve doeleinden. Maar de inhoud zomaar weggooien is uiteraard tegen mijn principes. Daarom heb ik van mijn voorbeeldpompoen maar een receptje gemaakt. Het vruchtvlees is eigenlijk alleen geschikt voor soep of taart, omdat je het vruchtvlees nu eenmaal niet in mooie blokjes of schijfjes uit de pompoen krijgt.
Veel pompoenen zijn eetbaar, wel schijnt de smaak te verschillen. De een is wat zoeter dan de ander. De een wat meliger dan de ander. Ik kies meestal voor een dikke oranje pompoen, maar een groene of flespompoen kun je ook goed gebruiken. De kleine sierpompoenen zou ik lekker laten liggen....


Ingrediënten:
2 uien
olie
evt teentje knoflook
600-700 gr pompoen (1 gemiddelde pompoen)
200 gr wortel
1 liter groente- of kippenbouillon
2 laurierblaadjes
2 aardappeltjes
Smaakvarianten:
- sambal, korianderzaad en korianderblad, komijn,
- kerrie of kurkuma, tabasco
- tijm, rozemarijn, foelie
- sinaasappel en/of citroenrasp en sap, honing


Snijd uien en knoflook fijn en bak deze kort aan in de olie. Voeg de gesneden pompoen en wortel toe en roerbak beide even mee. Vervolgens voeg je de bouillon toe en twee laurierblaadjes. Voeg eventuele extra smaken toe met kruiden en specerijen. Schil en snijd de aardappels in blokjes en voeg deze toe. Kook het geheel 20 min., tot alle groenten gaar zijn. Haal de laurier uit de soep en pureer de soep vervolgens met een staafmixer tot een gladde soep is ontstaan.
Serveer de soep met verse koriander, een lepel crème fraiche, zure room, of griekse yoghurt, croutons of uitgebakken spekjes.

Ik ben benieuwd in hoeveel Roodeschoolse huizen deze soep zondag op het menu staat!

zaterdag 24 oktober 2015

Stoofpeertjes en appelmoes

In deze prachtige herfsttijd zijn er verschillende mensen die mij blij maken met fruit uit eigen tuin. Eerder al schreef ik over druiven-appeljam en walnoot-pruimkoeken. Nu mocht ik weer appels en stoofperen ophalen. Dat doe ik dan graag. Appelmoes of stoofpeertjes maken is erg eenvoudig. Maar er zijn veel verschillende manieren. Het gaat dus niet zo snel fout, maar je kunt ze wel extra lekker maken. Vandaag dus maar het een en ander op een rijtje gezet. Onder het genot van stoofpeertjesgeur!

Stoofpeertjes
Stoofperen kun je in eindeloos veel gerechten verwerken. Ze worden gegeten als groente, als bijgerecht, nagerecht, in cakes, taarten, ijs en mousse. Maar voor dat alles zullen ze toch eerst gestoofd moeten worden. En ook dat kan in veel variaties.
Schil eerst de stoofpeertjes. Doe dat goed, want eenmaal gestoofd blijven restjes schil een hard randje aan een zacht stoofpeertje. Niet lekker. Je kunt de stoofpeer heel laten, dan is het leuk om een steeltje eraan te laten zitten. Je kunt ze ook in partjes snijden en het klokhuis verwijderen. Ook dan geldt: goed alle harde delen van het klokhuis verwijderen.
Vervolgens moeten de peren gestoofd worden. In welk vocht je dat doet is uiteraard een eigen keus. Ik kies altijd voor een halve fles rode wijn met een scheut water. Andere opties zijn port, rode bessensap of gewoon water. Verder moet er suiker toegevoegd worden. Ik heb nu per pan zo'n 100 gr. gedaan. Je kunt de stoofpeertjes nog meer smaak geven door kaneel, steranijs, kruidnagel, laurier, of citroenschil toe te voegen. Voor mij deze keer twee kaneelstokjes per pan en wat geraspte citroenschil. Zet alles tegelijk op en laat het vocht zachtjes borrelen. Zeker niet flink koken, ze gaan dan kapot.
Stoofpeertjes moeten lang stoven. Na een uur zijn ze meestal wel gaar en zacht. Maar ze worden van zichzelf rood als ze nog een flinke tijd langer op het vuur hebben gestaan. Heb je rood vocht gebruikt, dan zal dat wat eerder zijn. Wil je een rood kleurtje terwijl je ze in water hebt gestoofd, dan zul je toch echt een paar uurtjes ervoor moeten uittrekken. Het vocht kun je nog binden met maizena, mocht je daar van houden.
Peertjes kun je goed in potten bewaren of invriezen. Als toetje, samen met hangop, is toch wel een van onze favorieten!

Appelmoes
Voor appelmoes maken kun je veel verschillende appelsoorten gebruiken. Goudreinet, Elstar of Jonagold zijn de meest gebruikte. De zoetere soorten leveren wat zoetere appelmoes op, je hebt ook minder suiker nodig. De zuurdere vragen meer suiker. Nu kreeg ik Seedlings, een wat onbekender ras. Onverwerkt niet te eten. Het zijn joekels van appels en flink zuur. Maar ze zijn echt perfect voor appelmoes. Er gaat veel suiker in, maar daardoor krijg je ook een intense appelmoessmaak. Ik heb er fantastische appelmoes van gemaakt!
Appelmoes maken kost wel even tijd. Alleen al het schillen is een flink karwei. Die stap sla ik tegenwoordig dan ook over. Ik snijd de appels in kwarten, ontdoe ze van hun klokhuis en vieze plekken en doe ze dan in grove stukken in de pan. Scheelt veel tijd en kramp in je vingers. Vervolgens zet ik ze op het vuur met een flinke bodem water. Soms lees ik over pannen halfvol water: niet doen, daar wordt de appelmoes niet lekkerder van. Binnen korte tijd gaan de appels zelf vocht loslaten en is er genoeg om in te koken. Ik kook de appel op laag vuur, net zo lang tot alle appelstukken gemakkelijk kapot zijn te drukken met een pollepel. Dan mag het vuur uit en laat ik het afkoelen tot het verwerkbaar is. Als het is afgekoeld haal ik het allemaal door de draaizeef. Schilletjes blijven dan achter en je krijgt een mooie gladde appelmoes. Ik voeg daarna suiker toe. Dat gaat beetje bij beetje en je moet telkens opnieuw proeven of het naar je smaak is.
Wil je het in potten bewaren, dan moet je hierna de gezoete moes weer op het vuur zetten tot het weer kookt. Daarna in brandschone potten schenken, gelijk het deksel erop draaien en op de kop laten afkoelen tot het deksel plopt. Inmiddels ben ik overgegaan op diepvrieszakken en bakjes. De potten waren niet meer aan te slepen. Het scheelt een keer opwarmen. Nadeel is dat het eerst ontdooit moet worden voor je het gebruiken kunt.
Vind je het zeven (en evt. weer opwarmen) te omslachtig, of houd je van stukken in je appelmoes, dan zit er niets anders op dan alle appels te schillen. Dan is het vervolg eenvoudiger: koken tot het moes is (evt. met stukken), suiker toevoegen tot het naar je smaak is en gloeiend heet in potten schenken. Klaar!

woensdag 14 oktober 2015

Risotto met spinazie en champignons (vegetarisch)

Risotto is volgens de grote chefs een van de moeilijkere gerechten. Tegelijk heeft Knorr er wel een wereldgerecht van gemaakt. Dus dan moet het toch niet te moeilijk zijn om een eetbare variant op tafel te zetten. Ik maak af en toe risotto. Zelden perfect, maar vrijwel altijd wel erg lekker, naar mijn mening dan. Grootste uitdaging is het gelijkmatig garen van de risotto.
Vandaag probeerde ik een nieuwe. Met verse spinazie en champignons.

Voor 2 volwassenen en 2 kleine eters heb je het volgende nodig:
1 rode ui
200 gr risottorijst
1 liter groentebouillon (gemaakt van 1 blokje)
700 gr verse spinazie
250 gr champignons
flinke hand geraspte kaas
peper
boter

Gebruik voor de risotto een grote pan met een dikke bodem. Snipper de rode ui en bak deze in een klont boter. Voeg de risottorijst toe en laat deze even in de boter bakken, totdat de korrels glazig zijn. Vervolgens voeg je een scheut groentebouillon toe, en die laat je langzaam door de rijst opnemen. Is de rijst bijna droog, dan voeg je opnieuw een scheut bouillon toe. Op deze manier gaart de rijst. Dit proces herhaal je tot de korrels bijna helemaal gaar zijn. De bouillon hoeft er niet allemaal door.
Ondertussen maak je in een andere grote pan de groente klaar. Verse spinazie moet goed gewassen worden, want bevat vaak nog ladingen zand. Verwijder bij het wassen ook vieze blaadjes en zoveel mogelijk van de grote stengels. Snijd de champignons en bak deze in wat olie. Voeg daarna handje voor handje de verse, uitgelekte spinazie toe. Dit slinkt flink en er komt alsnog veel vocht vrij. Zodra de spinazie is gebakken haal je de pan van het vuur.
Op het moment dat de risotto zelf bijna gaar is, voeg je het spinazie-champignonmengsel (zonder het vocht) toe. Roer het er goed doorheen en voeg ook de kaas toe. Lekkerste is een pittige kaas, bijvoorbeeld parmezaan. Ik had alleen gewone kaas in huis, dus die ging er door. Warm het door, voeg nog wat peper naar smaak toe en voeg tot slot een klont (room)boter toe. Dat geeft een lekkere glans en smaak aan het gerecht.
En dan is dit het resultaat.
Je kunt eindeloos variëren met risotto. Het is lekker om na het bakken van de rijst het geheel af te blussen met een scheut witte wijn. Dat had ik helaas niet in huis. Verder kun je in plaats van bouillon aan het eind room toevoegen. Andere kazen, vlees, allerlei soorten groenten: met risotto kun je alle kanten op!

maandag 12 oktober 2015

Met roomkaas gevulde kipfilet

We eten niet zo vaak gewoon aardappels, vlees en groente. Meestal leuk ik het wat op. Vandaag stonden echter heel normale gekookte aardappeltjes met nog normalere worteltjes op het menu. Om het toch wat specialer te maken heb ik het vlees ietsje luxer gedaan: gevulde kipfilet. Vroeger deed ik het veel vaker, maar tegenwoordig probeer ik wat te minderen met vlees. Vanuit dat idee doe ik vaak 1 kipfilet voor ons allen. Dat kan prima door een pasta of rijstschotel. Maar om nu 1 gevulde kipfilet door vieren te delen, dat ziet er toch wat zielig uit. Vandaag doen we dus luxe en nemen het dubbele. Het is tenslotte niet altijd een doordeweekse maandag met worteltjes en aardappel.
Behalve die beide heb je het volgende nodig:

1 kipfilet pp
een flinke el roomkaas per persoon
peper, zout en (liefst verse) bieslook
3 plakjes katenspek pp

De oven warm je voor op 180 graden. De kipfilet snijd je een flink stuk in, zodat er een mooie ruimte ontstaat waar je het roomkaasmengsel in kwijt kunt. De roomkaas meng je met peper, zout en in kleine stukjes geknipte bieslook. Dit mengsel doe je in de kipfilet. Vervolgens rol je de plakjes katenspek er om heen. Zorg dat de vulopening zoveel mogelijk bedekt is. Je kunt het geheel vastzetten met prikkertjes of met keukentouw. Daarna gaat de kip in een ingevette ovenschaal 25 min. in de oven. Controleer na 25 minuten de gaarheid. Een vleesthermometer is erg handig daarbij. Anders is het een kwestie van goed kijken, voelen en, als je het niet zeker weet, stiekem even insnijden. Is de kip gaar, zet 'm er dan niet 'voor de zekerheid' nog 10 minuten in, want dan heb je grote kans op een gortdroog stukje vlees.
Bij ons was het goed gelukt: een ontzettend lekker sappig, mals, zacht, enz., enz., stukje kip. De kleine bordjes gingen zelf leeg!